Staatssteun voor Vlaamse voetbalstadions goedgekeurd

In een eerst onlangs gepubliceerd besluit van 20 november 2013 heeft de Europese Commissie een Vlaamse steunmaatregel voor de renovatie en de bouw van voetbalstadions goedgekeurd. De beschikking laat zien dat de Commissie staatssteun ten behoeve van sportinfrastructuur welwillend beoordeelt.

Achtergrond van de maatregel

De Vlaamse regering had in 2008 onderzoek laten doen naar de behoefte aan en de haalbaarheid van multifunctionele voetbalstadions in zowel Vlaanderen als het Brussels hoofdstedelijk gewest. Dit onderzoek wees uit dat er in het genoemde gebied de behoefte bestaat aan 8 tot 10 gerenoveerde c.q. nieuwe stadions. Met bestaande infrastructuur was het bijvoorbeeld niet langer mogelijk internationale wedstrijden (finales van de UEFA of de Champions League) te organiseren. De Vlaamse overheid is verder van mening dat zonder steun van de overheid de benodigde sportinfrastructuur niet wordt gerenoveerd c.q. gebouwd .

De inhoud van de maatregel

Op basis van de maatregel kunnen eigenaren van stadions die gelegen zijn of gebouwd zullen worden in Vlaanderen of het Brussels hoofdstedelijk gewest en die gebruikt worden voor een of meer voetbalclubs spelend in de eerste of tweede liga in aanmerking komen voor steun. De eigenaar die voor steun in aanmerking wil komen, moet daartoe een aanvraag indienen. Als eerste moet de aanvrager aantonen dat de bouw of renovatie van het stadion noodzakelijk is. Hierbij moet onder andere rekening worden gehouden met de spreiding van de stadions over Vlaanderen.

Een ontvankelijke aanvraag wordt vervolgens door een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeeld aan de hand van 4 criteria:

(i) de maatschappelijke return van het stadion
(ii) de ecologische voetafdruk van het stadium
(iii) de realiseerbaarheid van het project en
(iv) de financiële haalbaarheid.

Voor elk criterium kunnen punten worden behaald. De projecten zullen worden gerangschikt op basis van de behaalde scores. Een project dat in een van de vier vermelde categorieën niet de helft van het maximumaantal punten haalt, wordt automatisch uitgesloten. Rekening houdend met de omvang van de ingediende dossiers, de rangschikking en de beschikbare middelen (8 miljoen euro), zullen alleen de best gerangschikte projecten in aanmerking komen voor steun. De maximale steun bestaat uit een eenmalige subsidie van 10% van het investeringsbedrag met een maximum van 2,5 miljoen euro voor de bouw van een nieuw stadion en 750.000,– euro voor renovatieprojecten.

De beoordeling door de Commissie

Gelet op de besluitenpraktijk van de Commissie, is het niet verwonderlijk dat de Commissie tot de conclusie komt dat er sprake is van staatssteun. Sinds het Flughafen Leipzig Halle arrest is het bovendien gebruikelijk bij de bouw of renovatie van infrastructuur te kijken naar zowel de eigenaar, de exploitant als de gebruiker van de infrastructuur. In het onderhavige geval komt de Commissie tot de conclusie dat het gaat om ondernemingen die bevoordeeld kunnen worden. Dit voordeel wordt door de Vlaamse regering verstrekt en dus met staatsmiddelen bekostigd. De maatregel vervalst de mededinging aangezien slechts ondernemingen uit Vlaanderen en het Brussels hoofdstedelijk gewest voor de steun in aanmerking kunnen komen. Tot slot wordt ook de handel tussen de lidstaten beïnvloed. Competitie tussen professionele voetbalclubs heeft immers een duidelijk internationale dimensie. Het zelfde geldt voor de internationale wedstrijden.

Het feit dat een maatregel als een steunmaatregel moet worden gekwalificeerd, betekent niet dat de maatregel ontoelaatbaar is. De Commissie moet namelijk ook beoordelen of de maatregel verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. Hiervan is volgens de Commissie sprake indien de maatregel:

(i) een duidelijk omschreven doel van gemeenschappelijk belang heeft;
(ii) goed ontworpen is om de doelstelling van gemeenschappelijk belang te kunnen verwezenlijken; en
(iii) de vervalsing van de mededinging en beïnvloeding van het handelsverkeer zo beperkt is dat de balans al met al positief is.

De Commissie onderschrijft het belang van sport om Europese burgers samen te brengen. De Vlaamse overheid wil met de maatregel bewerkstelligen dat de met steun gerenoveerde of gerealiseerde stadions een ontmoetingsplaats worden voor het grote publiek en bovendien worden gebruikt door een ruime doelgroep. De wijze waarop de steunaanvragen garandeert volgens de Commissie dat de doelstellingen van gemeenschappelijk belang daadwerkelijk kunnen worden verwezenlijkt. Tot wordt het handelsverkeer tussen de lidstaten niet op een negatieve wijze wordt beïnvloed. De staatssteunmaxima zijn immers relatief gering en er zijn voldoende prikkels om er voor te zorgen dat voetbalclubs niet bovenmatig door de maatregel worden bevoordeeld. Gelet hierop acht de Commissie de maatregel daarom verenigbaar met de interne markt.

Commentaar

De onderhavige beschikking laat zien dat de Commissie welwillend staat ten opzichte van steun voor sportinfrastructuur. Deze welwillendheid is echter niet onbeperkt. Zo zullen lidstaten hun steunmaatregelen wel moeten aanmelden bij de Commissie. Het is immers uitsluitend de Commissie die mag beoordelen of een steunmaatregel verenigbaar is met de interne markt. Uiteraard moet die verenigbaarheid door de lidstaat worden aangetoond.

Aan de onderhavige zaak valt op dat de steunmaxima relatief beperkt zijn. Voetbalstadions die geschikt moeten zijn voor internationale wedstrijden kosten veel geld. Aan het recent door Volker Wessels gepresenteerde plan voor de renovatie van de Kuip hangt bijvoorbeeld een prijskaartje van 240 miljoen euro. Dan lijkt 2,5 miljoen euro voor de bouw van een nieuw stadion en 750.000,– euro voor een renovatieproject eerder een druppel op een gloeiende plaat. Het is dus afwachten of hogere steunbedrag ook de goedkeuring van de Commissie kunnen wegdragen.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

veertien − 12 =