Staatssecretaris wil snel ongelijk speelveld voor landbouwers aanpakken

landbouw- en voedselvoorzieningsketen

Naar aanleiding van Kamervragen heeft Staatssecretaris Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) in een brief van 3 februari 2020 laten weten dat het de bedoeling is om Richtlijn 2019/633 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen (Richtlijn 2019/633) sneller dan voorgeschreven om te zetten in Nationale wetgeving. Daarnaast is de inwerkingtreding van de “wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitzonderingen op samenwerkingsmogelijkheden in de landbouw en visserij” voorzien op 1 juli 2021.

De Kamervragen

Aanleiding voor de Kamervragen vormde een niet nader aangeduid werkbezoek aan Zeeuwse fruittelers. In verband hiermee wilden de Kamerleden Van den Berg en Palland van de Minister van Economische Zaken en Klimaat weten hoe het zit met het speelveld in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Daartoe stelden zij vier vragen, die door de Staatssecretaris mede namens Minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) zijn beantwoord.

Rol van afzetcoöperaties

Als eerste vroegen de Kamerleden of “afzetcoöperaties, waarin fruittelers samenwerken” voldoende in staat zijn “om tegenwicht te bieden aan inkooporganisaties”. Volgens de Staatssecretaris ervaren fruittelers hun positie ten opzichte van andere ketenpartijen als relatief zwak. Uit het rapport Positie primaire producent in de keten van Wageningen Economic Research, blijkt verder, aldus de Staatssecretaris, dat er geen verschil lijkt te zijn of de fruittelers wel of niet onderling samenwerken. Ten aanzien van deze samenwerking ziet het kabinet wel nog ruimte die door de landbouwers niet volledig wordt benut. 

Aanmerkelijke marktmacht

De Kamerleden wilden verder weten of de Autoriteit Consument en Markt al eens onderzoek heeft gedaan naar “«aanmerkelijke marktmacht» (AMM) op de markt voor fruittelers”. Dit blijkt niet het geval te zijn. Wel wijst de Staatssecretaris erop dat de ACM momenteel onderzoek doet naar de prijsvorming en marktwerking in de voedselketen. Dit onderzoek richt zich in eerste instantie op peren, uien, witte kool/zuurkool, tomaten, melk en varkensvlees.

Wijziging Mededingingswet

Reeds in het regeerakkoord 2017 heeft het kabinet aangekondigd de Mededingingswet te willen aanpassen teneinde samenwerking in de land- en tuinbouw expliciet te kunnen toestaan. Dit om de ongelijke machtsverhoudingen in de keten te compenseren. De voorgestelde wetswijziging, die wordt besproken in de blog: Samenwerking in de landbouw: de Staatssecretaris wil vastleggen welke ruimte de Mededingingswet biedt, is in de tweede helft van 2019 geconsulteerd. Het definitieve wetsvoorstel zal in 2020 aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. De inwerkingtreding wordt voorzien op 1 juli 2021.

Implementatie Richtlijn 2019/633

Richtlijn 2019/633 zal in Nederland in nationale wetgeving worden omgezet. Een hiertoe strekkend voorstel is 2019 geconsulteerd. Meer hierover in de blog: Minister start internetconsultatie voorstel Wet OHP landbouw en voedselvoorzieningsketen. De ambitie is om deze wet zo vroeg mogelijk – eerder dan waar Richtlijn 2019/633 Nederland toe verplicht – in werking te laten treden.

Commentaar

Het is jammer dat we niet weten wat het werkbezoek van de Kamerleden aan de Zeeuwse fruittelers precies heeft opgeleverd. Vermoedelijk hebben de fruittelers te kennen gegeven dat ze last hebben van te lage prijzen door de macht van de supermarkten. Zie bijvoorbeeld een post van 28 september 2019 van het CDA Kapelle. Een dergelijke klacht is niet nieuw. De macht van de retail is al decennia een serieus thema in de landbouw. Om tegenwicht te bieden, heeft de Europese wetgever landbouwers de mogelijkheid geboden zich te verenigen in producentenorganisaties, ook wel telersverenigingen genoemd. Zie bijvoorbeeld Newsletter on the Common Agricultural Policy nr. 9 van de Europese Commissie uit 1966! Erkende producentenorganisaties mogen (in sommige landbouwsectoren moeten) de productie van hun leden plannen, het aanbod bundelen en de producten van de leden verkopen. Dat dit geen strijd oplevert met het kartelverbod, heeft het Hof van Justitie eind 2017 bevestigd in het zogenaamde Franse witlofarrest.

Het is de vraag of het speelveld substantieel in het voordeel van de landbouwers gaat wijzigen door de maatregelen die de Staatssecretaris in het vooruitzicht stelt. Wat in ieder geval niet gaat gebeuren is dat individuele landbouwers de mogelijkheid krijgen om onderling prijsafspraken te maken. Naar verwachting betekent dit dat ook na invoering van de maatregelen nog steeds rekening moet worden gehouden met lage prijzen.

Op zich biedt Richtlijn 2019/633 de mogelijkheid voor het invoeren van strengere regels. Uit het geconsulteerde wetsvoorstel volgt dat van deze mogelijkheid waarschijnlijk geen gebruik zal worden gemaakt. Wat zouden echter de mogelijkheden zijn? Gedacht kan worden aan een verbod om producten onder de inkoopprijs of kostprijs te verkopen. In het rapport Verbod op verkoop beneden de inkoopprijs wordt evenwel aan het nut van dergelijke verboden getwijfeld. Een ander voorbeeld is een Litouwse regeling die melkveehouders moet beschermen tegen prijsdiscriminatie door kopers van rauwe melk. Deze toch wel zeer specifieke regeling wordt besproken in de blog: Overheid mag melkveehouders beschermen tegen prijsdiscriminatie.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.