Samenwerking in de landbouw: de Staatssecretaris wil vastleggen welke ruimte de Mededingingswet biedt

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Staatssecretaris) wil landbouwers duidelijk maken welke vormen van samenwerking niet op mededingingsrechtelijke problemen stuiten. Daarom wil zij de Mededingingswet aanpassen. Op 22 juli 2019 is zij hiertoe een internetconsultatie gestart.

Achtergrond

Met het concept wetsvoorstel wil de Staatssecretaris uitvoering geven aan de in het regeerakkoord 2017 neergelegde aankondiging dat de positie van de landbouwer in de keten zal worden versterkt. Het regeerakkoord 2017 wordt besproken in de blog: Mededinging in de landbouw: het regeerakkoord 2017. Dit voornemen heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Minister LNV) verder uitgewerkt in een Kamerbrief van 29 juni 2018. Deze brief komt aan de orde in blog: Minister LNV wil positie landbouwer verbeteren.

Het concept wetsvoorstel

Het voorstel van de Staatssecretaris is kort en eenvoudig. Zij stelt voor om ten aanzien van de landbouwsector de Mededingingswet (Mw) nadrukkelijk aan de Nederlandse praktijk te koppelen. Slechts indien de Europese wetgever heeft bepaald dat het Europese kartelverbod (artikel 101 lid 1 VWEU) en misbruikverbod (art. 102 lid 1 VWEU) van toepassing zijn op gedragingen die betrekking hebben “op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten”, geldt hetzelfde voor het Nederlandse kartelverbod (artikel 6 lid 1 Mw) en het misbruikverbod (art. 24 lid 1 Mw). Wanneer uit een Europese Verordening blijkt dat dat het Europese kartelverbod of misbruikverbod van toepassing is, zal de Minister van Economische Zaken en Klimaat (Minister EZK) hier melding van doen in de Staatscourant.

Commentaar

Mededinging in de landbouw

In de landbouwsector zijn de mededingingsregels slechts van toepassing indien en voor zover de Europese wetgever dat heeft bepaald. Van deze bevoegdheid heeft de Europese wetgever gebruik gemaakt, zodat er voor de landbouwsector inmiddels een apart mededingingsregime geldt. Dit regime wordt op hoofdlijnen beschreven in de uit april 2017 (!) stammende blog: Mededinging in de landbouw: de huidige opzet. De vanaf 1 januari 2018 doorgevoerde wijzigingen zijn uitgewerkt in het artikel ‘De Franse witlofzaak en de
nieuwe mededingingsregels in de landbouw’. Dit artikel is hier na te lezen.

Doorwerking van Europese groepsvrijstellingen

Met betrekking tot het Nederlandse kartelverbod werken Europese groepsvrijstellingen op grond van artikel 12 Mw door in de Nederlandse rechtsorde. Indien voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in een Europese groepsvrijstelling is het Nederlandse kartelverbod dus niet van toepassing. Voor het misbruikverbod bestaan er geen groepsvrijstellingen.

Uit het Franse witlof arrest volgt dat we in de landbouw niet te maken hebben met een vrijstelling van het kartelverbod, maar met een uitsluiting ervan. Onder omstandigheden gaan de landbouwregels dus voor op het kartelverbod. Dit lijkt voor de staatssecretaris de belangrijkste reden om in de Mededingingswet een aparte voorziening voor de landbouwsector op te nemen. In plaats van een vrijstelling, komt de Staatssecretaris met een uitsluiting. De algemene regel luidt (impliciet) dat het Nederlandse kartelverbod en misbruikverbod niet van toepassing zijn op gedragingen die betrekking hebben “op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten”. Het Nederlandse kartelverbod en misbruikverbod worden geactiveerd, op het moment dat de Europese wetgever heeft bepaald dat het Europese kartelverbod en misbruikverbod van toepassing zijn op de hiervoor bedoelde gedragingen.

Melding in de Staatscourant

De grote vraag is wat de Minister van EZK in de Staatscourant gaat meedelen. Volgens de concept memorie van toelichting (MvT) “zal de mededeling feitelijk de vorm krijgen van een beschrijving van de gevallen waarin de mededingingsregels niet van toepassing zijn in de landbouw- en visserijsector” (pag. 11). Dit is echter precies wat de Verordeningen die de Staatssecretaris in de concept MvT aanhaalt al doen.

In de concept MvT verwijst de Staatssecretaris bij wijze van voorbeeld naar artikel 1.3 lid 3 Aanbestedingswet. Ingevolge die bepaling plaats de Minister van EZK een mededeling in de Staatscourant als de Europese Commissie een bijlage bij een Aanbestedingsrichtlijn heeft gewijzigd. Dat is makkelijk, want het is een positief feit. In het onderhavige geval gaat de Minister van EZK negatieve feiten melden. Dat is best lastig, want het vergt interpretatie. De Staatssecretaris lijkt dit ook ingezien te hebben. In de concept MvT wordt immers opgemerkt dat een mededeling in de Staatscourant “een zuiver declaratoir [vastleggend] karakter heeft en geen rechtsgevolgen heeft”.

Verder dient bedacht te worden dat de mededeling uitsluitend relevant is voor gedragingen die alleen in Nederland effect hebben. Daar zit een gevaarlijk punt. Het Europese mededingingsrecht kan immers vrij snel van toepassing zijn. Uit de concept MvT kan worden opgemaakt dat de Staatssecretaris dit eveneens onderkent: “Gezien het feit dat een groot deel van de Nederlandse landbouwproductie wordt geëxporteerd, heeft het nationale mededingingsrecht dus maar voor een beperkt deel van de landbouwsector betekenis” (pag. 10).

Handleiding mededingingsrecht PO en BO

Tot slot wil de Staatssecretaris de uit 2014 stammende “Handleiding mededingingsrecht voor producentenorganisaties en brancheorganisaties in de landbouwsector” (Handleiding) zal actualiseren. Actualisatie is inderdaad nodig. Zie in dit kader de blog: Staatssecretaris Dijksma stuurt Handleiding mededingingsrecht landbouwsector naar de Kamer.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk bij Kneppelhout ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

7 + twintig =