Ook in de sportsector moet met staatssteun rekening worden gehouden

In een besluit van besluit van 9 november 2011 heeft de Europese Commissie (Commissie) een Hongaarse belastingmaatregel ter ondersteuning van de sportsector aan de staatssteunregels getoetst. Het uitvoerig gemotiveerde besluit biedt een handig toetsingskader voor de praktijk.

De Hongaarse belastingmaatregel

Met de aangemelde belastingmaatregel wil de Hongaarse regering private partijen aanzetten tot het doen van investeringen in de sportsector. Het doel is om zo de participatie van het grote publiek bij sportactiviteiten te bevorderen, onder andere door grote sportevenementen te promoten, de jonge generatie te trainen en een toereikende sportinfrastructuur voor de bevolking te realiseren.

Vereisten voor staatsteun

De Commissie wijst er allereerst op dat een maatregel op grond van artikel 107 VWEU kwalificeert als staatssteun indien hierdoor (i) een of meer ondernemingen (ii) een door de staat betaalt of met staatsmiddelen bekostigt (iii) economisch voordeel ontvangen waardoor (iv) de mededinging wordt vervalst en (v) handel tussen de lidstaten wordt beïnvloed. Aan elk van deze criteria moet zijn voldaan.

Vervolgens toetst de Commissie op drie niveaus of de Hongaarse maatregel staatsteun vormt: op (i) het niveau van de eigenaar van de sportfaciliteit, op (ii) het niveau van de exploitant en (iii) bij de gebruikers van de sportfaciliteit.

Toepassing van de vereisten door de Commissie

In het besluit gaat de Commissie met name in op de elementen “onderneming” en “beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten”.

Onderneming

Voor de staatssteunregels wordt als onderneming aangemerkt ‘elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd’. Met ‘het uitoefenen van een economische activiteit’ wordt bedoeld het aanbieden van goederen en diensten op een bepaalde markt.

Een topsportclub verkoopt toegangsbewijzen, uitzendrechten en reclamerechten. Dit zijn economische activiteiten. Daarom zal een professionele sportclub vrij snel als onderneming zijn te beschouwen. Het door een eigenaar en/of exploitant verhuren van sportinfrastructuur heeft ook een economisch karakter. Bijgevolg zal ook de eigenaar en/of exploitant sportinfrastructuur zijn aan te merken als ondernemer. Bij breedtesport daarentegen zullen er doorgaans geen economische activiteiten worden verricht.

Beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten

De Commissie is van mening dat de activiteiten van professionele sportclubs meestal een grensoverschrijdende dimensie hebben, waardoor de handel tussen de lidstaten kan worden beïnvloed. Breedtesport zal meestal een lokaal karakter hebben, met als gevolg dat een interstatelijk effect ontbreekt. In het besluit gaat de Commissie niet in op de exploitatie van sportinfrastructuur. Aangenomen mag worden dat de exploitatie van sportinfrastructuur die is afgestemd op de lokale behoefte, doorgaans geen interstatelijk effect zal hebben. De ligging van de sportinfrastructuur nabij de landsgrens wil niet automatisch zeggen dat er buitenlandse gebruikers worden aangetrokken. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het besluit van de Commissie met betrekking tot het lokale zwembad in het Duitse Dorsten. De Raad van State kwam ten aanzien van het zwembad in het Gelderse Bemmel tot een vergelijkbaar oordeel. Dit oordeel wordt besproken in de blog: Exploitatiesteun voor gemeentelijk zwembad toch geen staatssteun.

De handel tussen de lidstaten wordt evenmin beïnvloed als voldaan wordt aan de De minimis verordening. In het algemeen is dit het geval als het totale bedrag aan de-minimissteun dat aan één onderneming wordt verleend niet hoger dan € 200.000,– over een periode van drie belastingjaren. De Commissie kon echter niet uitsluiten dat op basis van de Hongaarse belastingmaatregel hogere voordelen zouden worden toegekend. Daarom toetst de Commissie de Hongaarse belasrtingmaatregel aan artikel 107 lid 3 VWEU.

Verenigbare steun

De Commissie kan een maatregel die kwalificeert als staatssteun en die niet krachtens een groepsvrijstelling van melding is vrijgesteld op grond van artikel 107 lid 3 VWEU met de interne markt verenigbaar verklaren. In voorkomend geval mag de maatregel worden uitgevoerd. In het kader van artikel 107 lid 3 VWEU toetst de Commissie een maatregel normaal aan horizontale of verticale richtsnoeren. In het onderhavige geval ontbreekt een dergelijke regeling. Daarom toetst de Commissie de Hongaarse belastingmaatregel rechtstreeks aan artikel 107 lid 3 VWEU. In dit kader gaat de Commissie na of de maatregel noodzakelijk en evenredig is en of de positieve gevolgen voor de gemeenschappelijke doelstelling zwaarder wegen dan de negatieve gevolgen voor de mededinging en het handelsverkeer.

Onder verwijzing naar het Witboek Sport merkt de Commissie op dat de sportsector een enorm potentieel heeft om de burgers van Europa dichter bij elkaar te brengen en iedereen te bereiken, ongeacht leeftijd of sociale afkomst. Sport heeft een educatieve rol, maar ook een sociale, culturele en gezondheidsdimensie. Daarnaast is de Commissie van mening dat sport vanwege haar belangrijke maatschappelijke rol (bijvoorbeeld verbetering van de volksgezondheid, sociale inclusie, onderwijs en opleiding, vrijwilligerswerk) en de economische dimensie (bijvoorbeeld bevordering van de werkgelegenheid) een belangrijke bijdrage kan leveren aan de Europa 2020-strategie.

Het doel dat Hongarije met de belastingmaatregel wil bereiken komt tegemoet aan de elementen voor rechtstreekse toetsing aan artikel 107 lid 3 VWEU. De maatregel kan op lokaal niveau een bijdrage aan de gebrekkig ontwikkelde sportsector in Hongarije. Er wordt daarmee een doel van algemeen belang nagestreefd dat. Dit doel kan door middel van de belastingmaatregel daadwerkelijk bereikt worden. De Commissie komt daarom tot de conclusie dat de Hongaarse belastingmaatregel met de interne markt verenigbaar is.

Commentaar

In het besproken besluit biedt een algemeen toetsingskader voor de beoordeling van steunmaatregelen in de sportsector. Gelet op de uitgebreide motivering lijkt het besluit als ‘guidance’ bedoeld te zijn.

Verder valt op dat de Commissie op meerdere niveaus toetst of er sprake is van staatssteun. Hierbij moet worden bedacht dat staatssteun van het ene naar het andere niveau kan worden doorgegeven. Indien sportinfrastructuur met staatssteun wordt gerealiseerd, wordt steun doorgegeven aan de gebruikers op het moment dat de eigenaar van de sportinfrastructuur een niet-marktconforme vergoeding vraagt. Iets om in de praktijk rekening mee te houden.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

vijf × 3 =