Ook diensten kunnen inbreuk maken op producten met een beschermde oorsprongsbenaming

Ook een dienst kan inbreuk maken op een BOB

In een arrest van 9 september 2021 heeft het EU Hof van Justitie (Hof) bepaald dat ook diensten inbreuk kunnen maken op producten met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB). Dat is kort gezegd het geval als de gemiddelde Europese consument bij het zien van de voor een dienst gebruikte verkoopbenaming denkt aan een door een BOB beschermd product

De casus

De Spaanse onderneming GB bezit verscheidene tapasbars in Spanje en maakt gebruik van een teken om deze op sociale netwerken en via reclamefolders aan te duiden en te promoten. Het gebruikte teken bestaande uit het gestileerde Spaanse woord “Champanillo” dat “kleine champagne” betekent en twee klinkende glazen met een rode mousserende drank:

Het Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne (CIVC), een brancheorganisatie van champagneproducenten, meende dat GB met dit teken inbreuk maakt op de BOB “Champagne”. Daarom verzocht het CIVC de Juzgado de lo Mercantil de Barcelona om GB te verbieden het teken “Champanillo” nog langer te gebruiken. Deze rechter wees het verzoek af. Het teken “Champanillo” zou geen voorstelling oproepen van de BOB “Champagne”. Het betreffende teken dient immers niet ter aanduiding van een alcoholhoudende drank, maar ter aanduiding van horeca-etablissementen – waar geen champagne wordt verkocht (r.o. 21). Het CIVC ging daarop in beroep bij de Audiencia Provincial de Barcelona. Die stelde vervolgens prejudiciële vragen aan het Hof.

Oordeel van het Hof

Voorrang Unierecht

De verwijzende rechter meende verplicht te zijn de Spaans-Franse beschermingsregeling voor BOB’s en beschermde geografische aanduidingen (BGA’s) naast de vergelijkbare Europese beschermingsregeling toe te moeten passen. Het Hof is het daar niet een eens. De Europese beschermingsregeling voor BOB’s en GBA’s is eenvormig en uitputtend.  De verwijzende rechter dient uitsluitend de relevante Uniewetgeving toe te passen (r.o. 26-28).

Toepasselijke bepaling

Hoewel de prejudiciële vraag betrekking heeft op de interpretatie van artikel 103 lid 2 onder b) Vo 1308/2013 (de GMO Vo), maakt het Hof uit het procesdossier op dat er twijfels zijn geuit over de toepasselijkheid van artikel 103 lid 2 onder a) punt ii) GMO Vo. In verband hiermee merkt het Hof op dat artikel 103 lid 2 GMO Vo een graduele opsomming van verboden handelingen bevat, die berust op de aard van deze handelingen. Beide hiervoor genoemde bepalingen moeten dus noodzakelijkerwijs van elkaar worden onderscheiden (r.o. 35-36). Artikel 103 lid 2 onder a) GMO ziet op het “gebruik” van de BOB, terwijl artikel 103 lid 2 onder b) GMO Vo o.a. betrekking heeft op de “voorstelling” die van de BOB wordt gemaakt. Het begrip “gebruik” moet daarom strikt worden uitgelegd. Anders verdwijnt volgens het Hof het onderscheid tussen dit begrip en het begrip “voorstelling”.

In het onderhavige geval suggereert het teken “Champanillo” de BOB “Champagne”. Vanwege visueel en/of fonetische afwijkingen, valt het gebruik van het teken “Champanillo” echter niet binnen de werkingssfeer van artikel 103 lid 2 onder a) GMO Vo, maar van artikel 103 lid 2 onder b) GMO Vo (r.o. 40-42).

Inbreuk op een BOB door een dienst

Uit de bewoordingen, de context en de in r.o. 38 van het Champagner Sorbet arrest opgesomde doelstelling van de regeling, maakt het Hof op dat artikel 103  lid 2 GMO Vo voorziet in een ruime bescherming die zich uitstrekt tot “elk gebruik” waarbij wordt geprofiteerd van de reputatie die verbonden is aan producten die onder een beschermde aanduiding vallen. Daarom moet deze bepaling aldus worden uitgelegd dat het BOB’s beschermt tegen handelingen die betrekking hebben op zowel producten als diensten (r.o. 43-52).

Voorstelling

Anders dan ten aanzien van artikel 103 lid 2 sub a) GMO Vo, is artikel 103 lid 2 sub b) GMO Vo niet beperkt tot gevallen waarin de door de BOB aangeduide producten en de producten of diensten waarvoor het litigieuze teken wordt gebruikt vergelijkbaar zijn. De bescherming geldt derhalve ook voor niet-vergelijkbare producten of diensten (r.o. 54).

Het beslissende criterium met betrekking tot het begrip “voorstelling” in de zin van artikel 103 lid 2 sub b) GMO Vo is de vraag of het gebruik van een bepaalde benaming bij een “normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde Europese consument” als bedoeld in r.o. 47-48 van het Queso Manchego arrest, een “voldoende rechtstreeks en duidelijk verband” tussen deze benaming en de BOB oproept. Het bestaan van een dergelijk verband kan blijken uit verschillende elementen, in het bijzonder:

(i)de omstandigheid dat die benaming een deel van de BOB bevat
(ii)de fonetische en visuele gelijkenis tussen de twee benamingen en de overeenstemming die daaruit voortvloeit (Scotch Whisky Association arrest, r.o. 48)

en, wanneer deze elementen ontbreken:

(iii)de omstandigheid dat de benaming in kwestie en de BOB conceptueel dicht bij elkaar liggen (Morbier kaas arrest, r.o. 26), of
(iv)dat de onder die BOB vallende producten en de producten of diensten waarop die benaming betrekking heeft, soortgelijk zijn

In het kader van deze beoordeling dient de verwijzende rechter rekening te houden met alle relevante elementen betreffende het gebruik van de benaming in kwestie (r.o. 53-66).

Oneerlijke concurrentie

De in artikel 103 lid 2 onder b) GMO Vo bedoelde “voorstelling” is niet afhankelijk is van de vaststelling dat er sprake is van oneerlijke concurrentie, aangezien de betreffende bepaling voorziet in een specifieke en afzonderlijke bescherming die van toepassing is ongeacht de bepalingen van nationaal recht inzake oneerlijke concurrentie (r.o. 67-70).

Commentaar

Het Europese systeem voor geografische aanduidingen zoals de BOB en de BGA, beschermt producten die afkomstig zijn uit een bepaalde regio en die voldoen aan het toepasselijke productdossier tegen bepaalde inbreuken die in de Unierechtelijke bepalingen inzake BOB’s en BGA’s worden opgesomd. Uit het besproken arrest volgt dat niet alleen producten, maar ook diensten inbreuk kunnen maken op een met een BOB of BGA beschermd product. En dat is nieuw!

De verwijzende rechter moet nu dus nagaan of de gemiddelde Europese consument bij het zien van het door GB gebruikte teken, denkt aan de BOB “Champagne”. Uit het Queso Manchego arrest volgt dat de verwijzende rechter in dit kader in principe alleen de associatie van de gemiddelde Spaanse consument in aanmerking hoeft te nemen.

In de tapasbars van GB wordt geen champagne verkocht (r.o 21). De vraag is of het door GB gebruikte teken in ieder geval toegelaten zou zijn als er in de tapasbars van GB “hoofdzakelijk” champagne verkocht zou worden? In het Champagner Sorbet arrest heeft het Hof immers duidelijk gemaakt dat als de smaak van sorbet hoofdzakelijk door champagne wordt bepaald, deze sorbet als “Champagner Sorbet” mag worden aangeduid en dus geen inbreuk maakt op de BOB “Champagne”.

* foto van Pelle Martin via Unsplash.com, de afbeelding van het BOB symbool is door mij toegevoegd

** zelf gemaakte afbeelding o.b.v. de foto in de verwijzingsuitspraak (pag. 6) en de conclusie van de A-G (randnr. 68)



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

twee × twee =