Nieuw programma tijdelijke steunmaatregelen voor telers van groenten en fruit

tijdelijke steunmaatregelen groenten en fruit

Op 29 september 2014 heeft de Europese Commissie nieuwe noodsteun voor de bepaalde groenten en fruit beschikbaar gesteld. Deze noodsteun is bedoeld om de gevolgen van de Russische boycot te ondervangen.

Wat er vooraf ging

Reeds op 18 augustus 2014 had de Europese Commissie bij Verordening 932/2014 in verband met de Russische boycot tijdelijk bijzondere steunmaatregelen vastgesteld. Deze maatregelen, die beschreven worden in de blog Tijdelijke steunmaatregelen voor telers van groenten en fruit werden op 20 september 2014 opgeschort. Er werden namelijk te veel dubieuze claims ingediend waardoor in onderdelen van het programma het plafond al was bereikt.

De nieuwe noodsteun

Het nieuwe programma voor steunmaatregelen heeft een omvang van maximaal 165 miljoen euro. Dit bedrag is voor de periode 30 september tot uiterlijk 31 december 2014 beschikbaar voor zowel erkende productenorganisaties en hun leden als niet-gebonden telers voor de navolgende acties:

De nieuwe noodsteun geldt voor de navolgende producten die uitdrukkelijk uitsluitend voor verse consumptie bestemd zijn:

De bulk van de noodsteun gaat naar de producten opgesomd in de vier hoofdcategorieën, met dien verstande dat er nu per lidstaat per categorie maximum hoeveelheden zijn vastgesteld. Nederland komt slechts in aanmerking voor steun in de categorieën  1 (43.300 ton) en 4 (6.800 ton). Bovenop de gemaximeerde hoeveelheden, mogen de lidstaten nog 3.000 ton extra aan producten uit te markt nemen dan wel niet of groen oogsten. Deze 3.000 ton geldt voor alle producten, dus ook voor de producten in de restcategorie. In dit kader is het wel opmerkelijk dat het persbericht van de Commissie lijkt te impliceren dat zacht fruit niet van de noodsteun kan profiteren. Mogelijk is dit een verschrijving. Zacht fruit wordt immers expliciet in Verordening 1031/2014 genoemd. 

Formaliteiten

Als uitgangspunt bij het verdeling van het geld dat “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Elke lidstaat mag echter besluiten een ander systeem voor de toewijzing van hoeveelheden op te zetten, op voorwaarde dat een dergelijk systeem op objectieve en niet-discriminerende criteria is gebaseerd. De Nederlandse uitvoeringsregels zijn echter nog niet bekend. Het is niet duidelijk of voor Nederland een ander systeem voor toewijzing zal gelden. Naar verwachting zullen deze uitvoeringsregels niet lang op zich laten wachten, zodat op dit punt op korte termijn duidelijkheid zal komen.

Ook om in aanmerking te komen voor deze aanvullende financiële bijstand, moeten bepaalde formaliteiten in acht worden genomen. Deze formaliteiten lijken erg op de formaliteiten genoemd in Verordening 932/2014. Het is evenwel niet uitgesloten dat de nieuwe Nederlandse uitvoeringsregels nog aanvullende voorschriften met zich mee zullen brengen.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

drie + een =