Minister Schouten wil Europese steun voor de Nederlandse landbouw

sierteelt corona

In een brief van 24 maart 2020 heeft Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de Tweede Kamer meegedeeld dat zij de Europese Commissie (Commissie) om steun gaat vragen voor de Nederlandse landbouw. Meerdere landbouwsectoren in Nederland hebben het immers erg moeilijk vanwege de uitbraak van het coronavirus (COVID-19).

De Kamerbrief

De Minister schrijft dat de situatie in Nederland zorgelijk is in verschillende sectoren, “waaronder sierteelt, aardappelen, zuivel, suiker, eenden, en visserij. Veel sectoren hebben te maken met plotselinge vraaguitval, dalende prijzen, transport- en logistieke problemen, en wegvallen van seizoenarbeiders. Zo heeft de sierteeltsector met dramatische dalingen in de omzetten te maken als gevolg van het wegvallen van belangrijke exportmarkten en ook binnenlandse vraaguitval.” Vanwege deze problematiek gaat de Minister de Commissie vragen om voor de sierteeltsector te voorzien in maatregelen “zoals die reeds bestaan voor de groenten en fruitsector”. Zij denkt daarbij aan “compensatie voor geleden schade zoals steun voor het doordraaien dan wel het uit de markt nemen van sierteeltproducten”.

Commentaar

Compensatie voor geleden schade in de sierteelt

Producenten van sierteeltproducten zouden volgens de Minister een vergoeding moeten kunnen krijgen voor niet-afgezette producten. Hierbij verwijst de Minister naar een regeling die in de groenten en fruitsector bestaat. Waarschijnlijk doelt de Minister op de “tijdelijke buitengewone maatregelen” die de Commissie vanaf 2014 nam in verband met de Russische boycot. Gedurende beperkte periodes was er Europees geld beschikbaar voor:

Zie in dit kader de blog: Tijdelijke steunmaatregelen voor telers van groenten en fruit. Het aanvankelijk beschikbaar gestelde budget was zo snel op dat de Commissie al na één maand met een nieuwe regeling moest komen. Zie hierover de blog: Nieuw programma tijdelijke steunmaatregelen voor telers van groenten en fruit. Ook nadien volgden nog nieuwe aangepaste regelingen.

Ernstige marktverstoring

De wettelijke basis voor de hiervoor besproken maatregelen was artikel 119 lid 1 Vo 1308/2013 (GMO Verordening). In geval door een bepaalde gebeurtenis de markt ernstig wordt of dreigt te worden verstoord, mag de Commissie maatregelen nemen om die situatie te verhelpen. Als snel ingrijpen geboden is, kan de Commissie gebruik maken van de spoedprocedure als bedoeld in artikel 228 GMO Verordening. Uit een verslag van de Commissie van 27 september 2019 kan worden opgemaakt dat bijna in alle gevallen waar artikel 219 lid 1 GMO Verordening werd toegepast, gebruik is gemaakt van de spoedprocedure.

In principe kan artikel 219 lid 1 GMO Verordening niet worden toegepast met betrekking tot producten die worden genoemd in bijlage I deel XXIV afdeling 2 van deze verordening (o.a. tafelazijn en aardappelen). In spoedeisende gevallen kan de Commissie echter ook voor laatstbedoelde producten maatregelen vaststellen.

Aanvullende maatregelen

Los van de maatregelen die de Commissie kan nemen om marktverstoringen te bestrijden, kan de Commissie op grond van artikel 222 GMO Verordening tevens bepalen dat het kartelverbod niet van toepassing is op overeenkomsten en besluiten van erkende (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties die o.a. betrekking hebben op het uit de markt nemen van producten of een tijdelijke productieplanning.

Bij wijze van voorbeeld kan worden gewezen op Vo 2016/559, waarbij erkende (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties in de melksector door de Commissie werden gemachtigd om gedurende 6 maanden de productie te plannen. Deze machtiging is door de Commissie met 6 maanden verlengd. Hiermee wilde de Commissie de zuivelproducenten helpen bij het vinden van een nieuw evenwicht in de toen bestaande ernstige marktsituatie.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

twee × 1 =