Met ingang van 12 juli 2020 is de P2B Verordening van toepassing

P2B Verordening OHP

De Platform to Business Verordening (P2B Verordening) legt transparantievereisten en bepalingen over geschilbeslechting op aan aanbieders van onlinetussenhandelsdiensten. Zij moeten deze voorschriften vanaf 12 juli 2020 ook daadwerkelijk gaan naleven.

De P2B Verordening

Doel

Aanbieders van onlinetussenhandelsdiensten (platforms) beschikken vaak over een sterke onderhandelingspositie. Zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten, met name kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, kunnen zich daardoor in de praktijk meestal slecht verweren tegen bepaalde oneerlijke handelspraktijken (OHP) van platforms. De P2B Verordening is bedoeld om dergelijke potentiële fricties in de onlineplatformeconomie aan te pakken.

Toepassingsbereik

De P2B Verordening is van toepassing op platforms in hun relatie met zakelijke gebruikers die goederen of diensten op het platform aanbieden (zie: artikel 2 lid 2 P2B Verordening). Hierbij gaat het om zakelijke gebruikers en bedrijfswebsitegebruikers die hun vestigings- of woonplaats in de Unie hebben en die via die onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines goederen of diensten aanbieden aan consumenten in de Unie.

Enkele voorbeelden van platforms die onder de P2B Verordening vallen zijn appstores, vergelijkingssites voor o.a. energiecontracten, vliegtickets of woningen, reserveringsplatforms en online marktplaatsen waarop ondernemers producten of diensten aanbieden zoals maaltijden, hotelovernachtingen of kleding.

Regelgevend kader

Op hoofdlijnen kent de P2B Verordening twee pijlers: (1) transparantievereisten en (2) bepalingen over geschilbeslechting.

1 Transparantievereisten Artikel
(i) De algemene voorwaarden die een platform richting zakelijke gebruikers hanteert, moeten duidelijk en in begrijpelijke taal zijn geschreven

Zakelijke gebruikers zullen op de hoogte moeten worden gebracht van elke wijziging van de algemene voorwaarden

Platforms zullen een redelijke opzegtermijn moeten respecteren, afhankelijk van de aard van de wijziging (het minimum is vastgesteld op 15 dagen), tenzij een zakelijke gebruiker expliciet toestemming geeft om deze termijn te verkorten Veranderingen mogen geen terugwerkende kracht hebben
3 + 8
(ii) In de algemene voorwaarden moet een platform aangeven onder welke omstandigheden een zakelijke gebruiker van het platform kan worden verwijderd 4
(iii) In de algemene voorwaarden moeten platforms beschrijven wat de belangrijkste parameters zijn die de rangschikking op het platform bepalen. 5
(iv) Als het platform zowel eigen producten of diensten als die van derden aanbiedt, dan moeten de algemene voorwaarden omschrijven in welke gevallen en op welke manier de eigen producten of diensten anders worden behandeld dan die van de zakelijke gebruikers die actief zijn op het platform. 6-7
(v) Een platform dient in de algemene voorwaarden duidelijk uiteen te zetten in welke mate zakelijke gebruikers toegang hebben tot data die het platform verzamelt en door wie en onder welke voorwaarden die toegankelijk zijn 9
(vi) Als een platform de voorwaarden beperkt waaronder een zakelijke gebruiker zijn product of dienst via andere verkoopkanalen mag aanbieden , dan moet het platform hier de redenen voor aangeven. Een voorbeeld is wanneer een platform eist dat een zakelijke gebruiker een product niet tegen een lagere prijs op zijn eigen website mag verkopen (de zogenaamde Most Favourite Nation of MFN clause). 10
2. Geschilbeslechting Artikel  
(i) Platforms moeten een intern klachtenafhandelingssysteem hebben. Dit houdt in dat zakelijke gebruikers bij een platform terecht kunnen als ze een klacht hebben over het platform. 11
(ii) Platforms wijzen in hun algemene voorwaarden twee of meer bemiddelaars aan. Deze onafhankelijke en onpartijdige bemiddelaars lossen geschillen tussen platforms en zakelijke gebruikers buiten de rechter om op. 12-13
(iii) Organisaties of verenigingen die zakelijke gebruikers vertegenwoordigen zijn bevoegd om namens zakelijke gebruikers naar de rechter te gaan. 14

De cursief weergegeven verplichtingen gelden niet voor kleine platforms waar overeenkomstig Aanbeveling 2003/361/EG minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 10 miljoen EUR niet overschrijdt.

Handhaving

Elke lidstaat moet de adequate en doeltreffende handhaving van de P2B Verordening verzekeren. Bij gebreke van een speciale regeling, zullen zakelijke gebruikers die een geschil hebben met een platform, zelf naar de burgerlijke rechter moeten stappen (zie: overweging 46). Een ander alternatief is dat belangenorganisaties de juridische strijd met het platform aangaan.

Wel dient erop te worden gewezen dat bepalingen in de algemene voorwaarden die niet aan de P2B Verordening voldoen nietig zijn (zie: artikel 3 lid 3 P2B Verordening). De nietigheid geldt blijkens overweging 20 voor iedereen (erga omnes) en vanaf het begin (ex tunc).

Commentaar

Het bestrijden van oneerlijke handelspraktijken heeft al langer de aandacht van de EU. Maar dat was lange tijd gericht op business to consumer-relatie (B2C). Recent is er ook aandacht voor oneerlijke handelspraktijken in de business tot business-relatie (B2B). De P2B Verordening is daar een voorbeeld van. Maar we hebben ook de Richtlijn OHP in de landbouw en voedselvoorzieningsketen. Zie over deze richtlijn de blog: Staatssecretaris wil snel ongelijk speelveld voor landbouwers aanpakken.

De vraag is of de P2B Verordening echt een verandering teweeg gaat brengen. In dit kader is van belang dat de P2B Verordening lidstaten er in ieder geval niet toe verplicht “te voorzien in ambtshalve handhaving of boetes op te leggen” (overweging 46). Bij gebreke hiervan, zullen het nog steeds de zakelijke gebruikers en/of hun belangenbehartigers zijn die actie moeten ondernemen tegen platforms die de P2B Verordening niet naleven. Dit zou best wel eens de zwakste schakel van het systeem kunnen zijn.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

6 − vijf =