Klausner Holz en de nietigheid van overeenkomsten

In een uitspraak van 21 juni 2018 is het Landgericht Münster (LG) tot de conclusie gekomen dat de houtleveringsovereenkomsten die Klausner Holz met de Duitse deelstaat Noordrijn Westfalen (Deelstaat) had gesloten nietig zijn. De overeenkomsten zouden namelijk onrechtmatige staatssteun vormen.

De casus

Klausner Holz had in 2007 houtleveringsovereenkomsten gesloten met de Deelstaat. Nadat de Deelstaat de overeenkomsten in 2009 opzegde, verklaarde het LG voor recht dat de overeenkomsten nog steeds geldig waren. Dit oordeel werd bevestigd door het Overlandesgericht Hamm (OLG). Vervolgens vorderde Klausner Holz bij het LG schadevergoeding van de Deelstaat. In die procedure stelde de Deelstaat zich voor het eerst op het standpunt dat Klausner Holz op basis van de houtleveringsovereenkomsten onrechtmatige staatssteun zou ontvangen. In verband hiermee zag het LG zich geplaatst voor de vraag hoe om te gaan met de onherroepelijk geworden uitspraak van het OLG. Het LG schorste de procedure en stelde prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie (Hof).

Het Hof gaf in een arrest van 11 november 2015 antwoord op de prejudiciële vragen van het LG. Na dit arrest, dat besproken wordt in de blog: Staatssteun en een definitief geworden beslissing van een nationale rechter: de zaak Klausner Holz, ging de zaak bij het LG verder. Ondertussen had Duitsland de houtleveringsovereenkomsten bij de Europese Commissie (Commissie) gemeld. In de behandeling van deze melding zat evenwel geen voortgang, waarna Klausner Holz naar het Gerecht van de EU (Gerecht) stapte om zo de Commissie tot actie te bewegen. Maar hier ving Klausner Holz bot. Het besluit van het Gerecht van 6 april 2017 wordt besproken in de blog: Gerecht verklaart beroep Klauserner Holz tegen uitblijven Commissiebesluit niet-ontvankelijk. Op het moment dat het LG de onderhavige uitspraak deed, had de Commissie nog steeds geen besluit genomen.

Het oordeel van het LG

In de uitspraak zet het LG minutieus uiteen waarom de houtleveringsovereenkomsten onrechtmatige staatssteun vormen. Volgens vaste rechtspraak van het Bundesgerichtshof, het Duitse federale Hof van Justitie, zijn met de staatssteunregels strijdige overeenkomsten in principe nietig. Uit nieuwere uitspraken volgt echter dat het in sommige gevallen voldoende kan zijn als het onrechtmatig verkregen voordeel wordt afgeroomd, aldus het LG. In het onderhavige geval is de omvang van het voordeel echter lastig vast te stellen. Het wordt immers gevormd door verschillende bestanddelen van de houtleveringsovereenkomsten. Bij gevolg ligt partiële nietigheid niet voor de hand. Om dezelfde reden wordt het beroep van Klausner Holz op de in de houtleveringsovereenkomsten voorkomende “Salvatorische Klausel” (de bepaling in een contract die regelt wat de gevolgen zijn als een deel van een contract nietig blijkt te zijn) afgewezen.

De onherroepelijk geworden uitspraak van het OLG staat er in de visie van het LG niet aan in de weg dat de houtleveringsovereenkomsten alsnog nietig worden verklaard. In de procedure bij dat gerecht zijn de staatssteunregels namelijk niet aan bod gekomen. Teneinde de naleving van het Unierecht te kunnen verzekeren, moet artikel 322 ZPO volgens het LG zo worden uitgelegd dat de kracht van gewijsde van een onherroepelijk geworden uitspraak geen betrekking heeft op een overtreding van artikel 108 lid 3 VWEU indien deze overtreding geen onderwerp van de betreffende rechtsstrijd is geweest. Aangezien de houtleveringsovereenkomsten nietig worden verklaard, wordt de door Klausner Holz ingestelde vordering tot schadevergoeding afgewezen.

Klausner Holz had het LG tot slot gevraagd het Land te veroordelen mee te werken aan de beoordeling van de steunmaatregel door de Commissie. Deze vordering wordt afgewezen. Melding van de steunmaatregel bij de Commissie volstaat. Bovendien is de vordering tot medewerking verjaard.

Commentaar

Volgens het LG strekt de kracht van gewijsde van een onherroepelijk geworden uitspraak zich niet uit tot een overtreding van de staatssteunregels, indien die overtreding geen onderwerp van geschil is geweest. Hiermee volgt het LG de vingerwijzing op die het Hof gaf in het arrest van 11 november 2015. Hoewel in een onherroepelijk geworden uitspraak van het OLG Hamm de houtleveringsovereenkomsten als geldig waren bestempeld, kon het LG deze overeenkomsten toch nietig verklaren.

Met de staatssteunregels strijdige overeenkomsten zijn, aldus het LG, volgens vaste Duitse rechtsspraak in principe nietig. In de gegeven omstandigheden een vergaande uitspraak. Duitsland had de houtleveringsovereenkomsten immers gemeld bij de Commissie. De Commissie moet nu zelf beoordelen of de houtleveringsovereenkomsten kwalificeren als staatssteun en zo ja of ze verenigbaar zijn met de interne markt. Een voorbeeld hiervan wordt besproken in de blog: Europese Commissie: staatssteun voor Berlijnse jeugdherberg toelaatbaar. Op voorhand valt dus niet uit te sluiten dat het uiteindelijk nog allemaal goed komt voor Klausner Holz. Maar ja, dan zit Klausner Holz wel met een uitspraak die de houtleveringsovereenkomsten nietig verklaart. Dit zal mede verklaren waarom Klausner Holz inmiddels hoger beroep heeft ingesteld. Dat er hoger beroep is ingesteld blijkt uit een brief van 30 augustus 2018 van het “Ministerium für Umwelt, Landwirtschaft, Natur- und Verbraucherschutz” van de Deelstaat aan de voorzitter van het parlement van de Deelstaat. Als de nationale procedure voor Klausner Holz negatief eindigt vóórdat de Europese procedure helemaal is doorlopen, lijkt Klausner Holz vooralsnog geen kant op te kunnen. Had het daarom niet meer voor de hand gelegen om voorlopige maatregelen te nemen? Deze suggestie deed het Hof het LG aan de hand in het arrest van 11 november 2015 [r.o. 26]. Hoe dan ook, over de zaak Klausner Holz gaan we zeker meer horen.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

twintig − twee =