Jessica en staatssteun gaan goed samen

In een besluit van 13 juli 2011 heeft de Europese Commissie (Commissie) vastgesteld dat de investeringen (equity) in stadsvernieuwingprojecten die het Verenigd Koninkrijk via een JESSICA Holding Fonds mogelijk wilde maken, in overeenstemming zijn met de staatssteunregels.

JESSICA

JESSICA staat voor Joint European Support for Sustainable Investment in City Areas en is een nieuw financieel instrument dat door de Commissie in samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB) in het leven is geroepen. Het is bedoeld om zowel het duurzaam investeren als het vergroten van de werkgelegenheid in stedelijke gebieden in de EU te vergroten. Dergelijke gebieden kunnen via JESSICA ontwikkelingsfondsen opzetten. De fondsen zijn niet bedoeld als subsidie, maar als een lening of als investering ten behoeve stedelijke ontwikkeling, inclusief sociale woningbouw. Daardoor kunnen de fondsen blijven circuleren. Vandaar dat ook wordt gesproken over revolverende fondsen.

De Casus

De autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk hebben onder de naam Northwest Urban Investment Fund (NWUIF) een JESSICA Holding Fonds opgezet. Het is de bedoeling dat het NWUIF via zogenaamde Urban Development Fondsen (UDF’s) gaat investeren in stadsvernieuwingsprojecten. Deze voorgenomen steunregeling is door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk bij de Commissie gemeld.

Beoordeling door de Commissie

In een beschikking van maar liefst 62 pagina’s beschrijft de Commissie uitvoerig de werkwijze van het NWUIF alvorens de maatregel inhoudelijk te beoordelen.

Kwalificatie als steunregeling

Omstandig toetst de Commissie de voorgenomen investeringen in stadsvernieuwingsprojecten aan de staatssteuncriteria:

1.Het NWUIF krijgt de beschikking over EFRO-gelden aangevuld met nationale middelen. Dit betekent dat het NWUIF staatsmiddelen gaat gebruiken om via de UDF’s te investeren in stadsvernieuwingsprojecten.
2.De investeringen door het NWUIF leveren op het niveau van de stadvernieuwingsprojecten een economisch voordeel op, aangezien marktpartijen niet bereid zouden zijn dezelfde investering te doen.
3.Het economische voordeel komt ten goede aan enkele ondernemingen, namelijk de private investeerders in de UDF’s.
4.De mededinging kan worden vervalst, omdat de begunstigde ondernemingen een voordeel krijgen dat hun concurrenten niet krijgen.
5.De handel tussen de lidstaten kan worden beïnvloed, omdat de positie van de begunstigde ondernemingen ten opzichte van hun concurrenten op de Europese markt voor projectontwikkeling door het voordeel mogelijk wordt versterkt.

De regeling kwalifceert mitsdien als staatssteun. Daarom gaat de Commissie na of de regeling verenigbaar is met de interne markt.

Kaderregelingen en richtsnoeren

Hoewel de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk hadden verzocht om de voorgenomen steunregeling rechtstreeks aan artikel 107 lid 3 sub c VWEU te toetsen, gaat de Europese Commissie eerst na of de steunregeling past in een of meerdere kaderregelingen en richtsnoeren:

(i)Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst
(ii)Beschikking diensten van algemeen economisch belang
(iii)Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen
(iv)Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun ter bevordering van risicokapitaalinvesteringen in kleine en middelgrote ondernemingen
(v)Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming
Rechtstreekse toetsing aan artikel 107 lid 3 VWEU

Hoewel sommige individuele projecten onder een van de genoemde kaderregelingen of richtsnoeren zou kunnen vallen, kan de Commissie niet uitsluiten dat er projecten zullen zijn die er niet onder vallen. Daarom moet de voorgenomen steunregeling rechtstreeks aan artikel 107 lid 3 sub c VWEU worden getoetst. De Commissie onderzoekt vervolgens minutieus of de steunregeling de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën vergemakkelijkt en of de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt door de betreffende steunregeling niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

(i)De steunregeling heeft als doel duurzame stadsvernieuwing mogelijk te maken, hetgeen duidelijk een doel van algemeen belang is.
(ii)De steunregeling is ook zodanig opgezet dat de duurzame stadsvernieuwing ook daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. De efficiëntie van de markt wordt immers vergroot, aangezien marktfalen worden aangepakt. Bovendien worden door de stadsvernieuwing sociaaleconomische achterstanden aangepakt.
(iii)Er zijn geen andere minder ingrijpende instrumenten om duurzame stadsvernieuwing te realiseren, zodat de steunregeling het juiste middel om het gestelde doel te bereiken.
(iv)De steunregeling heeft een duidelijk stimulerend effect. Er wordt uitsluitend geïnvesteerd in efficiënte projecten die niet in staat zijn private investeerders te trekken. Verder is de steunregeling zo opgezet dat het gedrag van marktpartijen wordt veranderd.
(v)De steunregeling is proportioneel  in relatie tot het nagestreefde doel. Het nagestreefde doel niet kan worden bereikt met minder steun en minder verstoring. Per project wordt er niet meer dan ₤ 6 miljoen door de UDF’s geïnvesteerd, terwijl private investeerders minstens 50% van de totale projectkosten voor hun rekening moeten nemen. Verder moeten de private investeerders door middel van een aanbestedingsprocedure worden geselecteerd. Indien van toepassing moet de Aanbestedingsrichtlijn voor werken, leveringen en diensten worden gevolgd. De wijze waarop de fondsmanagers zijn geselecteerd, garandeert dat er gezonde economische investeringsbeslissingen worden genomen.
(vi)De autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk hebben toegezegd dat zij investeringen in grote projecten, thans projecten groter dan € 50 miljoen, apart zullen worden genotificeerd. Daarnaast zullen de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk jaarlijks verslag uitbrengen over de naleving van de staatssteunregels.
(vii)De steunregeling heeft effect op de interstatelijke handel en de mededinging. Dit effect zal geen grote invloed hebben op het goed functioneren van de interne markt en zal evenmin significante ongelijkheden veroorzaken tussen ondernemingen die in de verschillende lidstaten zijn gevestigd.

Aldus komt de Commissie tot de conclusie dat de steunregeling verenigbaar is met interne markt.

Commentaar

Uit een persbericht van 13 juli 2011 blijkt dat de Commissie met het onderhavig besluit de leidende beginselen voor de beoordeling van soortgelijke steunmaatregelen die verschillende lidstaten mogelijk overwegen, heeft willen verduidelijken. Dit verklaart waarom het besluit 62 pagina’s telt. Overheden die van plan zijn met behulp van JESSICA een revolverend fonds op te zetten, kunnen het besluit gebruiken als inspiratiebron. Zeker als de steunregeling gemeld moet worden, helpt het als aansluiting is gezocht bij een steunregeling die de Commissie al eerder heeft goedgekeurd.

Stedelijke vernieuwing is natuurlijk ook in Nederland een thema. Een recent voorbeeld wordt besproken in de blog: Staatssteun en stadsvernieuw: Apeldoorn laat zien dat het kan.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

4 × vijf =