Hotels kunnen Booking.com in eigen land dagvaarden

misbruik machtspositie en bevoegdheid rechter

Het Hof van Justitie van de EU (Hof) heeft in een arrest van 24 november 2020 bepaald dat misbruik van een economische machtspositie kwalificeert als een onrechtmatige daad in de zin van artikel 7 lid 2 Vo 1215/2012 (Brussel I bis). Een hotel dat gebruikmaakt van het platform Booking.com, kan dit platform in beginsel dus oproepen voor een gerecht van de lidstaat waar dit hotel is gevestigd, om zo een einde te maken aan het gestelde misbruik.

De casus

Het Duitse Hotel Wikingerhof (Wikingerhof) had in 2009 met Booking.com een overeenkomst gesloten om via het reserveringsplatform van Booking.com kamers te kunnen aanbieden. Nadien veranderde Booking.com herhaaldelijk de toepasselijke algemene voorwaarden via wijzigingen op haar “extranet” (r.o. 8). Uiteindelijk maakte Wikingerhof bezwaar tegen de door Booking.com doorgevoerde wijzigingen. Wikingerhof stelde zich op het standpunt dat Booking.com met deze wijzigingen misbruik maakte van haar economische machtspositie op de markt van bemiddelingsdiensten en websites voor de reservering van accommodatie (r.o. 9). Bij het Landgericht Kiel vorderde Wikingerhof daarom dat het Booking.com zou worden verboden om:

(i)de door Wikingerhof opgegeven prijs zonder haar toestemming op het platform voor de reservering van accommodatie aan te duiden als een “voordeelprijs” of een “prijs met korting
(ii)Wikingerhof de toegang te ontzeggen tot de contactgegevens die haar contractpartners op dat platform hebben meegedeeld
(iii)de positie die het door Wikingerhof geëxploiteerde hotel inneemt in de zoekresultaten afhankelijk te stellen van een provisie van meer dan 15 %.

Het Landgericht Kiel verklaarde zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen. In beroep, kwam het Oberlandesgericht Schleswig op andere gronden tot een vergelijkbaar oordeel. Wikingerhof legde de zaak vervolgens voor aan het Bundesgerichtshof (BGH), de Duitse Hoge Raad. Dat gerecht vroeg het Hof tenslotte in een prejudiciële vraag om uitleg over artikel 7 Brussel I bis.

Oordeel van het Hof

Vraag van het BGH

Wikingerhof en Booking.com zijn door een overeenkomst gebonden. Echter, de vordering van Wikingerhof is strikt genomen niet op die overeenkomst gebaseerd. In verband hiermee wil het BHG van het Hof weten of aan de vordering van Wikingerhof een “verbintenis uit overeenkomst”, dan wel een “verbintenis uit onrechtmatige daad” in de zin van artikel 7 Brussel I bis ten grondslag ligt. Slechts in het laatste geval kan een Duits gerecht volgens het BGH bevoegd zijn kennis te nemen van de vordering van Wikingerhof (r.o. 24).

Bijzondere bevoegdheid

De hoofdregel van Brussel I bis is dat de gerechten van de woonplaats van een verweerder bevoegd zijn kennis te nemen van een tegen de betreffende verweerder gerichte vordering. Op deze hoofdregel maakt artikel 7 Brussel I bis een aantal uitzonderingen. In geval van verbintenissen uit overeenkomst kan een verweerder worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad kan de verweerder worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen (r.o. 26).

De scheidingslijn tussen beide bijzondere bevoegdheidsgrondslagen

De begrippen “verbintenis uit overeenkomst” en “verbintenis uit onrechtmatige daad” in artikel 7 Brussel I bis verwijzen niet naar de kwalificatie die de toepasselijke nationale wet geeft aan de rechtsbetrekking die bij de nationale rechter aan de orde is. Beide begrippen moeten in de woorden van het Hof “autonoom worden uitgelegd” (r.o. 25). Vervolgens maakt het Hof duidelijk dat sprake is van een verbintenis uit overeenkomst, indien de overeenkomst die de strijdende partijen hebben gesloten onvermijdelijk moet worden uitgelegd teneinde vast te stellen of de verweten gedraging geoorloofd dan wel ongeoorloofd is (r.o. 32). Anders wordt het als de verzoeker aanvoert dat de verweerder een wettelijke plicht heeft geschonden. Indien het voor de beoordeling van de juistheid van deze stelling “niet noodzakelijk is” de door partijen gesloten overeenkomst te onderzoeken, vloeit de grond voor de vordering voort uit onrechtmatige daad (r.o. 33).

Misbruik machtspositie

Wikingerhof meende dat Booking.com jegens haar misbruik had gemaakt van haar economische machtspositie. Voor het antwoord op de vraag of de gewraakte handelswijze van Booking.com op grond van het Duitse mededingingsrecht verboden is, hoeft de tussen Wikingerhof en Booking.com gesloten overeenkomst niet beoordeeld te worden. De overeenkomst vormt hoogstens het bewijs dat de betreffende handelwijze daadwerkelijk heeft bestaan (r.o. 37).

Commentaar

Overeenkomst versus onrechtmatige daad

Wikingerhof en Booking.com hebben samen een overeenkomst gesloten. De overeenkomst zelf wordt door Wikingerhof niet ter discussie gesteld, wel sommige “onbillijke contractvoorwaarden” die Booking.com voor zich – eenzijdig – heeft bedongen (r.o, 16). Het arrest impliceert dat Booking.com overeenkomstig deze voorwaarden heeft gehandeld. Hiermee heeft Booking.com dus niet in strijd gehandeld met de betreffende overeenkomst. Maar dat is ook niet het argument van Wikingerhof. Volgens Wikingerhof is de – contractueel toegelaten – handelwijze van Booking.com in strijd met het Duitse verbod op misbruik van een economische machtspositie. Voor het antwoord op de vraag of deze stelling juist is, is het niet noodzakelijk (“unerlässlich” in de Duitse versie) de overeenkomst uit te leggen. Zo bezien lijkt de besproken uitspraak in lijn met het – door het Hof aangehaalde – Brogsitter arrest. (zie: r.o. 25-26 en 29 van laatstbedoeld arrest).

Forumkeuzebeding

Booking.com had zich op het standpunt gesteld dat de Duitse gerechten niet bevoegd waren om van de vordering van Wikingerhof kennis te nemen. Op grond van de met Wikingerhof gesloten overeenkomst zou die bevoegdheid immers berusten bij de gerechten van Amsterdam (r.o. 11). Volgens het BHG was dit forumkeuzebeding echter niet overeenkomstig artikel 25 Brussel I bis tot stand gekomen. Het Hof hoefde het forumkeuzebeding daarom niet bij zijn antwoord te betrekken (r.o. 14).

Gelet op het verwijzingsbesluit, staat in de visie van het BGH niet vast dat Wikingerhof heeft ingestemd met het forumkeuzebeding. Kennelijk is niet duidelijk of de wijzigingen van de algemene voorwaarden überhaupt op het extranet van Booking.com zijn gepubliceerd en hoe Wikingerhof daarop heeft gereageerd (r.o. 16). Maar wat als blijkt dat Wikingerhof wel met de wijzigingen heeft ingestemd? Kan zij dan onder het forumkeuzebeding uit komen met stelling dat zij hier niet uit vrije wil, maar vanwege de dominante marktpositie van Booking.com gedwongen mee akkoord is gegaan? In het besproken arrest roept het Hof in herinnering dat voor “verbintenissen uit overeenkomst” in de zin van artikel 7 Brussel I bis sprake moet zijn van een door een partij jegens een andere partij“vrijwillig aangegane verbintenis” (r.o. 23). Maar ja, het forumkeuzebeding wordt geregeld door artikel 25 Brussel I bis.

* foto en afbeelding zijn van mijn hand



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

drie + acht =