Het Kuoni arrest en de aansprakelijkheid van de touroperator

Aansprakelijkheid van de touroperator

Een consument kan de touroperator bij wie een pakketreis is geboekt aansprakelijk houden indien een werknemer van een door de touroperator ingeschakelde dienstverstrekker (bijvoorbeeld het hotel) het reisarrangement niet of slecht uitvoert. Op grond van  Richtlijn  90/314 (de oude richtlijn pakketreizen) kan die aansprakelijkheid door de touroperator niet contractueel worden uitgesloten. Dit volgt uit een arrest van 18 maart 2021 van het EU Hof van Justitie (Hof).

De casus

De aanleíding voor de onderhavige zaak is triest en gruwelijk. Mevrouw X en haar echtgenoot hadden in 2010 bij de Britse touroperator Kuoni Travel Ltd (Kuoni) een pakketreis geboekt naar Sri Lanka, bestaande uit een vliegreis en een all-in verblijf van 15 overnachtingen in hotel Club Bentota. Tijdens het verblijf in dit hotel kwam mevrouw X op weg naar de receptie een elektricien van het hotel tegen. Die bood mevrouw X aan om haar een kortere weg naar de receptie te tonen, waarna hij haar een technische ruimte binnenlokte. Daar werd mevrouw X door de elektricien verkracht en mishandeld. Bij thuiskomst eiste mevrouw X schadevergoeding van Kuoni. Zij stelde zich op het standpunt dat de door haar ondergane beproeving een slechte uitvoering van de pakketreisovereenkomst vormde. 

In eerste en tweede aanleg wezen de Engelse rechters de vordering van mevrouw X af. Daarop legde mevrouw X de zaak voor aan de Hoge Raad van het Verenigd Koninkrijk. Anders dan de lagere rechters, concludeerde die dat het begeleiden van mevrouw X naar de receptie door een hotelmedewerker wel degelijk een dienst was in het kader van het door Kuoni te leveren reisarrangement. Daarom kwalificeerde de verkrachting en de mishandeling als een slechte uitvoering van de pakketreisovereenkomst. Voor de als gevolg hiervan door mevrouw X geleden schade, meende Kuoni niet aansprakelijk te zijn, vanwege een in de pakketreisovereenkomst opgenomen exoneratiebeding (r.o. 13). De Hoge Raad twijfelde echter of deze uitsluiting op grond van Richtlijn 90/314 toegestaan was (r.o. 19)en stelde prejudiciële vragen aan het Hof.

Oordeel van het Hof

Uitsluiting van de aansprakelijkheid

Een touroperator die met een consument een pakketreisovereenkomst heeft gesloten is op grond van artikel 5 lid 2 Richtlijn 90/314 aansprakelijk voor de schade die betreffende consument leidt wegens het niet of slecht uitvoeren van de deze overeenkomst. Dit is slechts anders indien de tekortkoming niet aan de touroperator of aan een door hem ingeschakelde dienstverstrekker is toe te schrijven. Volgens artikel 5 lid 2 Richtlijn 90/314 doet zich dit voor in drie specifieke situaties, waaronder de situatie dat de tekortkoming het gevolg is van een gebeurtenis die de touroperator dan wel de dienstverstrekker met inachtneming van alle mogelijke zorgvuldigheid niet konden voorzien of verhelpen.

Een werknemer is zelf geen dienstverstrekker

Op grond van artikel 15 lid 2 Richtlijn 90/314 is een touroperator ook aansprakelijk, indien de schade wordt veroorzaakt door een dienstverstrekker die de touroperator bij de uitvoering van het reisarrangement heeft ingeschakeld (r.o. 35). De werknemer  van een dienstverstrekker kwalificeert zelf niet als dienstverstrekker, omdat hij “werkzaam is in een ondergeschiktheidsverhouding met zijn werkgever en […] dus onder diens toezicht staat” (r.o. 41-42). 

Gelijkstelling

Het voorgaande laat onverlet dat het handelen van een werknemer voor de toepassing van de contractuele aansprakelijkheidsregeling van artikel 5 Richtlijn 90/314 kan worden gelijkgesteld (in de zin van ‘treated in the same way’) met het handelen van de dienstverstrekker wiens werknemer hij is (r.o. 43 en 47-48). Dit is echter alleen mogelijk indien er een verband bestaat tussen het handelen of nalaten van de werknemer waardoor de consument schade heeft geleden en de verplichtingen die voor de touroperator voortvloeien uit de pakketreisovereenkomst (46). Het begrip “verplichtingen” mag in dit kader niet restrictief worden uitgelegd. Het omvat alle diensten die in het kader van de pakketreisovereenkomst moeten worden verricht. Hierbij is het irrelevant of de dienstverrichter de betreffende diensten zelf verricht of er werknemers voor inschakelt (r.o. 45). 

In het onderhavige geval had de Hoge Raad reeds vastgesteld dat de verkrachting en de mishandeling van mevrouw X door de elektricien van hotel Club Bentota kwalificeerden als een slechte uitvoering van de pakketreisovereenkomst die mevrouw X met Kuoni had gesloten. Het begeleiden van mevrouw X naar de receptie door de betreffende medewerker maakte immers onderdeel uit van het overeengekomen reisarrangement. Bijgevolg kan Kuoni voor de door mevrouw X geleden schade aansprakelijk worden gesteld (r.o. 51-52).

Toepasselijkheid uitsluitingsgrond

De vraag is vervolgens of Kuoni de hiervoor bedoelde aansprakelijkheid contractueel kon uitsluiten, omdat Kuoni noch de dienstverstrekker de tekortkoming met inachtneming van alle mogelijke zorgvuldigheid hadden kunnen voorzien of verhelpen als bedoeld in artikel 5 lid 2 3e streepje Richtlijn 90/314 (r.o. 54). Deze uitsluitingsgrond bestaat volgens het Hof uit drie onderdelen, namelijk (r.o. 58-59):

(i)overmacht
(ii)onvoorziene omstandigheden, ongeacht of die normaal zijn 
(iii)niet te verhelpen omstandigheden, ongeacht of die voorzien of normaal zijn

Alle in artikel 5 lid 2 Richtlijn 90/314 genoemde uitzonderingen hebben gemeenschappelijk dat de touroperator noch de dienstverrichter een fout kan worden verweten. Hier leidt het Hof uit af dat de tekortkoming niet binnen het “controlebereik” van de touroperator of de dienstverrichter mag vallen om uitsluiting van aansprakelijkheid te kunnen rechtvaardigen. Ten aanzien van werknemers wordt niet aan deze voorwaarden voldaan (r.o. 60-62).

Dwingend recht

Een touroperator kan zijn aansprakelijkheid alleen uitsluiten ten aanzien van in artikel 5 lid 2 Richtlijn 90/314 limitatief opgesomde uitsluitingsgronden (r.o. 34). Omdat deze uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn, kan Kuoni ten aanzien van de door mevrouw X geleden schade dus geen beroep doen op het in de pakketreisovereenkomst opgenomen exoneratiebeding (r.o. 62).

Commentaar

Ruime interpretatie reisarrangement

Het valt op dat het Hof de in het kader van een reisarrangement op een touroperator rustende verplichtingen ruim interpreteert. Het zal waarschijnlijk van de omstandigheden van het geval afhangen of een werknemer met zijn daad heeft gehandeld in het kader van een contractuele verplichting, dan wel een daarmee samenhangende dienst heeft verleend. Zodra vaststaat dat er door de werknemer uitvoering is gegeven aan het reisarrangement, kan de touroperator door de consument aansprakelijk worden gehouden voor eventuele tekortkomingen. Deze aansprakelijkheid kan niet worden uitgesloten als de tekortkoming binnen het “controlebereik” van de touroperator of de door hem ingeschakelde dienstverrichters valt. Dit doet zich voor bij werknemers.

De nieuwe richtlijn pakketreizen

Inmiddels is Richtlijn 90/314 vervangen door Richtlijn 2015/2302 (de nieuwe richtlijn pakketreizen). Dit roept de graag op, of het besproken arrest nog steeds relevant is. De in artikel 5 lid 2 3e streepje richtlijn 90/314 opgenomen uitsluitingsgrond komt in iets andere bewoordingen terug in artikel 14 lid 3 sub c) Richtlijn 2015/2302. Volgens laatstbedoelde bepaling heeft de reiziger geen recht op schadevergoeding indien de organisator aantoont dat de non-conformiteit te wijten is aan “onvermijdbare en buitengewone omstandigheden”. Hiermee is blijkens artikel 3 lid 12 Richtlijn 2015/2302 bedoeld “een situatie die zich voordoet onafhankelijk van de wil van de partij die zich daarop beroept en waarvan de gevolgen ondanks alle redelijke voorzorgsmaatregelen niet te vermijden waren”. De Franse, Engelse en Duitse taalversies van die bepaling duiden erop dat met “onafhankelijk van de wil” bedoeld is het ontbreken van een controlemogelijkheid. Dit lijkt verdacht veel op het begrip “controlebereik” dat het Hof in het besproken arrest gebruikt. Zo bezien kan op voorhand niet worden uitgesloten dat dit arrest ook voor de toepassing van de nieuwe richtlijn pakketreizen relevant is.

Foto van Gersey Vargas op unsplash.com, het pakketreissymbool is van mijn hand en door mij toegevoegd



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

negentien − 13 =