Geen GMO-subsidie meer voor verwerking van groenten en fruit

In een arrest van 30 mei 2013 heeft het Gerecht van de Europese Unie (Gerecht) een bepaling uit Vo 1580/2007 en twee bepalingen uit Vo 543/2011 nietig verklaard. Dit betekent het einde van GMO-subsidie voor de verwerking van groenten en fruit.

Aanleiding

Producentenorganisaties, ook wel telersverenigingen genoemd, konden op grond van door de Commissie vastgestelde Uitvoeringsverordeningen GMO-subsidie krijgen voor het verwerken van groenten en fruit. Verwerkers van groenten en fruit konden geen aanspraak maken op deze subsidie. Zij meenden daarom dat er sprake was van concurrentievervalsing. Twee verenigingen van groenten- en fruitverwerkers, de Italiaanse Associazione Nazionale degli Industriali delle Conserve Alimentari Vegetali (Anicav) en de Spaanse Agrupación Española de Fabricantes de Conservas Vegetales (Agrucon), stapten naar het Gerecht en vorderden dat de gewraakte bepalingen in de uitvoeringsverordeningen nietig zouden worden verklaard.

Oordeel van het Gerecht

Subsidie voor verwerkingsactiviteiten

Het Gerecht stelt vast dat Vo 1234/2007 (de integrale GMO-Verordening) niet voorziet in de mogelijkheid om verwerkingsactiviteiten die worden uitgevoerd door productenorganisaties te subsidiëren. Daar komt in de visie van het Gerecht bij dat de eerbiediging van het beginsel van gelijke behandeling meebrengt dat geen onderscheid kan worden gemaakt tussen verwerkers die lid zijn van een producentenorganisatie en verwerkers die dat niet zijn. In het licht hiervan kan de Commissie volgens het Gerecht niet via Uitvoeringsverordeningen uitsluitend aan producentenorganisaties steun toekennen die de kosten in verband met verwerkingsactiviteiten dekt. Temeer nu dat tot gevolg zou hebben dat verwerkers die geen lid zijn van een producentenorganisatie worden benadeeld ten opzichte producentenorganisaties voor zover deze verwerkingsactiviteiten verrichten.

Daarom kon de Commissie in Vo 1580/2007 noch in Vo 543/2011 bepalen dat producentenorganisaties aanspraak kunnen maken op GMO-subsidie ten behoeve van verwerkingsactiviteiten. Bijgevolg worden zowel artikel 52 lid 2 bis tweede alinea Vo 1580/2007 als de artikelen 50 lid 3 en artikel 60 lid 7 Vo 543/2011 nietig verklaard.

Gevolgen van de nietigverklaring

De Commissie heeft het Gerecht gevraagd te bepalen dat de uitvoeringshandelingen van de nietig verklaarde bepaling toch geldig zouden blijven. Het Gerecht gaat hier maar ten dele in mee.

Artikel 52 lid 2 bis tweede alinea Vo 1580/2007 en artikel 50 lid 3 Vo 543/2011 zien beiden op de berekening van de waarde van de afgezette productie. Deze waarde is van belang voor de berekening van de maximale GMO-subsidie die een producentenorganisatie kan ontvangen. De waarde van de afgezette productie die berekend is overeenkomstig artikel 52 lid 2 bis tweede alinea Vo 1580/2007 en artikel 50 lid 3 Vo 543/2011 blijven gehandhaafd. Deze handhaving is wel in tijd beperkt en heeft uitsluitend betrekking op aan de producentenorganisaties verrichte betalingen die zij verricht tussen 7 augustus 2010 (de datum inwerkingtreding van Vo 687/2010) tot aan 30 mei 2013 (de datum van het onderhavige arrest).

Dat de handhaving van deze betalingen als definitief moet worden beschouwd heeft een praktische achtergrond. Het Gerecht wil voorkomen dat financiële verrichtingen waarbij de Commissie, de nationale betaalorganen (in Nederland het Productschap Tuinbouw) en de producentenorganisaties betrokken zijn, gedeeltelijk ter discussie worden gesteld. Als de nietigheid in de tijd terug zou werken, zou voor alle producentenorganisaties het maximale steunbedrag opnieuw berekend moeten. Het Gerecht is van mening dat dit aanzienlijke technische moeilijkheden zou opleveren.

Met betrekking tot de investeringen of acties waarvoor op grond van artikel 60 lid 7 van Vo 543/2011 GMO-subsidie is verstrekt, weigert het Gerecht te verklaren dat de gevolgen van die bepaling definitief zijn. De verstrekte subsidies worden naar de aard ervan volledig door de vastgestelde onrechtmatigheid aangetast. Dit betekent dat ook de in het verleden verstrekte GMO-subsidies voor investeringen of acties ten aanzien van de verwerking van groente en fruit door de vastgestelde onrechtmatigheid worden aangetast.

Commentaar

Het is afwachten of de Commissie beroep in stelt tegen het arrest. Als het arrest in stand blijft, hebben de producentenorganisaties en hun leden het nakijken. Zij dachten dat zij zonder problemen aanspraak konden maken op GMO-steun voor verwerkingsactiviteiten. In weerwil van de tekst van Vo 1580/2007 en 543/2011 blijkt een dergelijke aanspraak niet te bestaan. Wederom een voorbeeld dat GMO-subsidie langzaam een vorm van Russisch roulette wordt. Waarop kan nog vertrouwd worden als ook bepalingen van een Europese verordening zomaar nietig kunnen zijn? Hoe dan ook het laatste woord lijkt nog niet gesproken.

De vraag is verder nog wat het Productschap Tuinbouw gaat doen? Wordt er nu al GMO-subsidie teruggevorderd of wordt een eventueel hoger beroep afgewacht. In ieder geval doen Producentenorganisaties er goed aan een voorziening te treffen voor in het verleden ontvangen GMO-subsidie ten behoeve van verwerkingsactiviteiten.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

twee + vijf =