Europa biedt meer ruimte voor duurzaamheidsafspraken in de landbouw

Mededinging en duurzaamheid safsprakenin de landbouw

Met de inwerkingtreding op 7 december 2021 van Vo 2021/2117, heeft de Europese wetgever meer ruimte gecreëerd voor duurzaamheidsafspraken in de landbouw. Het kartelverbod is niet langer van toepassing op afspraken die weliswaar de mededinging beperken, maar die tegelijkertijd onontbeerlijk zijn om duurzaamheidsinitiatieven met betrekking tot landbouwproducten te realiseren die verder gaan dan wettelijk voorgeschreven.

Achtergrond

Op 1 juli 2018 heeft de Europese Commissie (Commissie), als onderdeel van de herziening van het meerjarig financieel kader van de EU voor de periode 2021-2027, een pakket van drie verordeningen voorgesteld met als doel het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) opnieuw vorm te geven en te moderniseren. De voorstellen van de Commissie hebben inmiddels geleid tot de navolgende verordeningen:

(i)Vo 2021/2115wijzigt onder andere Vo 1305/213
(ii)Vo 2021/2116Wijzigt onder andere Vo 1306/213
(iii)Vo 2021/2117wijzigt onder andere Vo 1308/213 (de GMO Verordening)

In Vo 1308/2018, die de zogenaamde gemeenschappelijke marktordening  voor landbouwproducten regelt (GMO Verordening), staan ook afwijkingen van het kartelverbod. En die afwijkingen worden nu door Vo 2021/2117 aangepast en aangevuld, met een extra afwijking voor duurzaamheidsafspraken.

Vo 2021/2117

Activiteiten van (unies van) producenten- en brancheorganisaties

Al sedert de beginjaren van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), worden landbouwers gestimuleerd zich te verenigen in producentenorganisaties. De gedachte was en is nog steeds dat landbouwers op deze manier hun onderhandelingspositie ten opzichte van de steeds verdergaande concentratie aan de afnemerskant kunnen verbeteren. In de loop van de tijd kregen producentenorganisaties vervolgens de mogelijkheid zich in unies te verenigen. Daarnaast konden zij met andere marktdeelnemers in de bedrijfskolom gaan samenwerken in brancheorganisaties.

Erkende (unies van) producenten- en brancheorganisaties kunnen (en soms moeten) een of meer in GMO Verordening opgesomde doelen nastreven. Een deel van deze doelen heeft betrekking op duurzaamheid. De hierna cursief weergegeven doelen zijn ingevoegd door Vo 2021/2117.

(unies van) producentenorganisatiesbrancheorganisaties
artikel 152 lid 1 GMO Verordeningartikel 157 lid 1 GMO Verordening
de productiekosten en het rendement op investeringen om de normen met betrekking tot milieu en dierenwelzijn te halen, optimaliseren en de producentenprijzen stabiliserenhet potentieel van de producten optimaal benutten, ook wat de afzetmogelijkheden betreft, en initiatieven ontwikkelen om de economische concurrentiekracht en het innovatievermogen te verbeteren
het gebruik van milieuvriendelijke teeltmethoden, productietechnieken en goede praktijken en technieken op het gebied van dierenwelzijn bevorderen en daarvoor technische bijstand verstrekkenmethoden zoeken die minder diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen vergen, het verbruik van andere productiemiddelen optimaliseren, de kwaliteit van de producten en het behoud van bodem en water garanderen, de voedselveiligheid met name middels traceerbaarheid van producten bevorderen, alsook de gezondheid en het welzijn van dieren verbeteren;
onderzoek verrichten en initiatieven ontwikkelen op het gebied van duurzame productiemethoden, innovatieve praktijken, economische concurrentiekracht en marktontwikkelingenonderzoek naar een geïntegreerde, duurzame productie of naar andere milieuvriendelijke productiemethoden bevorderen en verrichten
bijproducten, reststromen en afval, beheren en valoriseren in het bijzonder ter bescherming van de water-, bodem- en landschapskwaliteit, en de biodiversiteit in stand houden of verbeteren en circulariteit stimulerenbijdragen aan het beheer en de ontwikkeling van initiatieven voor de valorisatie van bijproducten
bijdragen tot duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en tot matiging van de klimaatverandering 
beheren van onderlinge fondsen… ………………………………………………………………………………………maatregelen bevorderen en uitvoeren om risico’s in verband met de gezondheid van dieren, gewasbescherming en het milieu te voorkomen, te beheersen en te beheren, onder meer door onderlinge fondsen op te richten en te beheren of door bij te dragen aan deze fondsen, met het oog op de betaling van financiële compensaties aan landbouwers voor de kosten en economische verliezen die voortvloeien uit de bevordering en uitvoering van deze maatregelen

Afwijkingen van het kartelverbod voor duurzaamheidsinitiatieven

Vo 2021/2117 heeft met artikel 210 bis in de GMO Verordening tevens een nieuwe afwijking van het kartelverbod geïntroduceerd. Op grond van het eerste en tweede lid van laatstbedoeld artikel, is het kartelverbod niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen:

(i)van producenten van landbouwproducten waarbij meerdere producenten partij zijn of waarbij één of meer producenten en één of meer marktdeelnemers op verschillende niveaus van de productie, verwerking en handel binnen de “voedselvoorzieningsketen” partij zijn,
(ii)die verband houden met de productie van of de handel in landbouwproducten en die tot doel hebben een “duurzaamheidsnorm” toe te passen die verder gaat dan hetgeen door het Unierecht of het nationale recht is voorgeschreven, en
(iii)die slechts mededingingsbeperkingen opleggen welke onontbeerlijk zijn voor het behalen van die norm

Een duurzaamheidsnorm ziet blijkens het derde lid op een norm die beoogt bij te dragen aan:

a)milieudoelstellingen
b)de productie- van landbouwproducten
c)de gezondheid en het welzijn van dieren

Overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die voldoen aan de in artikel 210 bis GMO Verordening bedoelde voorwaarden zijn niet verboden, zonder dat daartoe een voorafgaande besluit vereist is.

Algemeenverbindendverklaring

Voorschriften van erkende (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties kunnen overeenkomstig artikel 164 GMO Verordening onder voorwaarden algemeen verbindend worden verklaard (AVV). Hiermee wordt bedoeld dat ongebonden marktdeelnemers verplicht zijn deze voorschriften na te leven. Verder kunnen ongebonden marktdeelnemers op basis van artikel 165 GMO Verordening verplicht worden mee te betalen aan de uitvoering van algemeen verbindend verklaarde activiteiten. Voor een meer gedetailleerde beschrijving zie de blog: De algemeenverbindendverklaring van landbouwvoorschriften in het Europese marktordeningsrecht.

Commentaar

Voorrang van het GLB op het mededingingsrecht

Zoals hiervoor uiteengezet, kunnen erkende (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties specifieke in de GMO Verordening opgesomde doelstellingen nastreven. Uit het Franse witlofarrest lijkt echter te kunnen worden afgeleid dat gedragingen die strikt noodzakelijk zijn om een of meer van vorenbedoelde doelstelling te realiseren, buiten het kartelverbod te vallen. In voorkomend geval is de nieuwe afwijking slechts relevant voor gedragingen van niet-erkende organisaties van marktdeelnemers en mogelijk de hierna te bespreken algemeenverbindendverklaring van landbouwvoorschriften.

Voedselvoorzieningsketen

Gelet op de tekst van artikel 210 bis lid 2 GMO Verordening lijkt de nieuwe afwijking van het kartelverbod beperkt tot overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die betrekking hebben op verschillende niveaus van de productie, verwerking en handel binnen de “voedseltoeveleringsketen”. Niet alle landbouwproducten worden echter als voedsel geconsumeerd. De vraag is dus of duurzaamheidsafspraken die zien op laatstbedoelde landbouwproducten van de toepassing van de nieuwe afwijking van het kartelverbod zijn uitgesloten.

Algemeenverbindendverklaring en het kartelverbod

Uit randnr. 53 van Vo 2021/2117 volgt dat ook “overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van brancheorganisaties op het gebied van plantgezondheid, diergezondheid, voedselveiligheid en milieurisico’s bindend [moeten] kunnen worden gemaakt voor niet-leden” teneinde “duurzame praktijken te bevorderen”.

Artikel 164 lid 4 GMO Verordening schrijft evenwel onverkort voor dat voorschriften van erkende (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties uitsluitend algemeen verbindend mogen worden verklaard indien zij:

(i)marktdeelnemers geen schade berokkenen
(ii)voorkomen dat nieuwe marktdeelnemers de markt betreden
(iii)geen van de in artikel 210 lid 4 GMO Verordening genoemde gevolgen hebben
(iv)anderszins onverenigbaar zijn met het Unierecht of vigerende nationale voorschriften

Het valt op dat er geen verwijzing naar artikel 210 bis GMO Verordening is ingevoegd. Op grond van het eerste lid van artikel 210 Vo GMO Verordening kunnen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen niet algemeen verbindend worden verklaard, indien zij onverenigbaar zijn met Unievoorschriften. Ingevolge het vierde lid van laatstbedoeld artikel worden overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in ieder geval als onverenigbaar met de Unievoorschriften aangemerkt indien zij:

a)kunnen leiden tot compartimentering van de markten binnen de Unie, ongeacht in welke vorm
b)de goede werking van de marktordening in gevaar kunnen brengen
c)concurrentieverstoringen kunnen teweegbrengen die niet volstrekt noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de met de activiteit van de brancheorganisatie nagestreefde doelstellingen van het GLB
d)de vaststelling van prijzen of quota omvatten
e)discriminatie kunnen veroorzaken of de concurrentie voor een aanzienlijk deel van de betrokken producten kunnen uitschakelen

Dit roept de vraag op of voorschriften die op grond van artikel 210 bis GMO Verordening toegelaten zijn, desondanks niet algemeen verbindend verklaard kunnen worden, aangezien zij een of meer van de in artikel 210 lid 4 GMO Verordening opgesomde gevolgen hebben.  

Richtsnoeren

In het vijfde lid van artikel 210 bis GMO Verordening is bepaald dat de Commissie uiterlijk op 8 december 2023 richtsnoeren publiceert waarin uitleg wordt gegeven over de voorwaarden waaronder van de nieuwe afwijking van het kartelverbod kan worden geprofiteerd. Inmiddels is de Commissie een publieke consultatie gestart. De Commissie wil de inbreng van marktdeelnemers gebruiken bij het opstellen van de op te stellen richtsnoeren. Hopelijk gaan de richtsnoeren antwoord geven op de hiervoor gestelde vragen.

* foto van Laura Ockel via unsplash.com



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

twaalf − vier =