Een garantie die onrechtmatige staatssteun vormt is niet per definitie nietig

garantie en staatssteun

In het een arrest van 8 december 2011 heeft het Hof van Justitie (Hof) geoordeeld dat een in strijd met de staatssteunregels verstrekte garantie niet per definitie nietig is. Nietigheid is pas aan de orde indien dat de beste manier is om de mededingingssituatie van vóór de verstrekking van de garantie te herstellen.

De casus

Residex heeft in 2001 aandelen verworven in de vennootschap MD Helicopters Holding NV (MDH), een dochteronderneming van RDM Aerospace NV (Aerospace). In het kader van die verwerving heeft Residex een putoptie verkregen op grond waarvan zij de aandelen in MDH weer aan Aerospace kon terugverkopen. In de loop van februari 2003 heeft Residex deze optie uitgeoefend. Aerospace heeft de koopsom echter niet betaald. Het vorderingsrecht werd omgezet in een lening. In totaal leende Residex een bedrag van ongeveer EUR 23 miljoen aan Aeropsace. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) heeft zich voor deze lening garant gesteld. Nadat Aerospace met de terugbetaling van de lening in gebreke bleef, riep Residex de garantie in. De Gemeente Rotterdam weigerde te betalen, omdat de garantie onrechtmatige staatssteun zou vormen. Een langlopend juridisch geschil was geboren. Bij de rechtbank Rotterdam en het Gerechtshof ’s-Gravenhage ving Residex bot. Residex heeft daarop bij de Hoge Raad tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld. Die stelde in een arrest van 28 mei 2010 een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie (Hof). De Hoge Raad wilde namelijk weten of een overeenkomst die in strijd is met de staatssteunregels altijd nietig is.

Oordeel van het Hof

Nietigheid

Het is vaste jurisprudentie dat een nationale rechter verplicht is om overeenkomstig zijn nationale recht alle consequenties te verbinden aan de schending van de staatssteunregels. In ieder geval is nationale rechter gehouden onrechtmatige staatssteun ongedaan te maken door het voordeel (tijdelijk) terug te vorderen. Het hoofddoel van de terugvordering van onrechtmatige staatssteun is de verstoring van de mededinging op te heffen die voortkomt uit het concurrentievoordeel dat door de onrechtmatige steun wordt verschaft. Door de (tijdelijke) terugbetaling van de steun verliest de begunstigde immers het voordeel dat hij op de markt ten opzichte van zijn concurrenten genoot en wordt de toestand van vóór de steunverlening hersteld. Slechts wanneer zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, kan het niet aangewezen zijn de terugbetaling van de steun te gelasten.

Ongedaanmaking

In het kader van de ongedaanmaking van onrechtmatige steun heeft de nationale rechter niet de plicht om de betreffende steunmaatregel nietig te verklaren. Hij moet wel dié maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betrokken steun (tijdelijk) te herstellen. Volgens het Hof kan nietigverklaring van de steunmaatregel evenwel een doeltreffend middel zijn dit herstel te realiseren.

Om tot deze terugbetaling over te gaan, is het strikt noodzakelijk dat de nationale rechter vaststelt wie de begunstigde(n) van de steun is (zijn). In geval van een garantie kunnen dat de kredietnemer, de kredietgever of beiden begunstigd zijn.

In de onderhavige kwestie is Aerospace in ieder geval begunstigde van de steun. Zonder de garantie had Aerospace immers de lening niet of slechts tegen minder gunstige voorwaarden kunnen verkrijgen. Het Hof sluit echter niet uit dat ook Residex door de garantie is bevoordeeld. Residex heeft als gevolg van de garantie immers meer zekerheid voor de aan Aerospace verstrekte lening verkregen zonder daarvoor hebben hoeven te betalen.

Commentaar

Nietigheid op grond van artikel 3:40 BW

Rechtbank en gerechtshof waren van oordeel dat de door het GHB verstrekte garantie op grond van artikel 3:40 lid 2 BW nietig is. Op grond van die bepaling leidt strijd met een dwingende wetsbepaling tot nietigheid van een rechtshandeling. De dwingende wetsbepaling is volgens rechtbank en gerechtshof artikel 88 lid 3 EG [thans artikel 108 lid 3 VWEU]. Die bepaling schrijft voor dat een maatregel die kwalificeert als staatssteun in de zin van artikel 87 lid 1 EG [thans artikel 107 lid 1 VWEU] niet ten uitvoer mag worden gelegd voordat de Europese Commissie daar een positief oordeel over gegeven heeft (de zogenaamde stand still-verplichting). Steun die in strijd met de stand still-verplichting is verstrekt, vormt onrechtmatige staatssteun.

Schending stand still-verplichting

Volgens het Hof brengt schending van de stand still-verplichting voor nationale rechter de verplichting met zich de verstoring van de mededinging (tijdelijk) op te heffen die door de onrechtmatig verstrekte staatssteun is veroorzaakt. In dit kader moet het voordeel (met rente) van de begunstigde onderneming worden teruggevorderd. Hoe dit gebeurt, is aan de nationale rechter. De staatssteunregels brengen derhalve niet mee dat een garantie die onrechtmatige staatssteun vormt, per definitie nietig is. Nietigheid is pas aan de orde als dit bij uitstek het middel is om de mededingingssituatie van vóór het afgeven van genoemde garantie te herstellen.

Begunstiging in geval van een staatsgarantie

De vraag is welk voordeel Residex als gevolg van de garantie mogelijk heeft ontvangen. Uit de Mededeling staatssteun in de vorm van staatsgaranties volgt dat het voordeel van een garantie is dat het daaraan verbonden risico door de verstrekker wordt gedragen. Dat de verstrekker dit risico draagt, zou normaal gesproken door een passende premie moeten worden vergoed. Wanneer de overheid een garantie verstrekt en geheel of gedeeltelijk van een dergelijke premie afziet, is er zowel een voordeel voor de begunstigde onderneming(en) als een derving van middelen door de overheid. Ook wanneer blijkt dat de overheid nimmer een betaling uit hoofde van een verstrekte garantie hoeft te verrichten, kan er toch sprake zijn van staatssteun. De steun wordt immers verleend op het tijdstip dat de garantie wordt toegekend en niet op het tijdstip waarop de garantie wordt aangesproken of waarop betalingen uit hoofde van de garantie plaatsvinden.

Mocht Residex door de garantie inderdaad zijn begunstigd, dan wordt de mededingingssituatie van vóór garantieverstrekking hersteld indien Residex alsnog een marktconforme premie voor de garantie betaald. Voor de marktconformiteit van de premie is de financiële situatie van Aerospace op het moment dat de garantie werd verstrekt in belangrijke mate bepalend. Niet uitgesloten kan worden dat die financiële situatie dermate penibel was dat er geen marktconforme premie kan worden vastgesteld. In een dergelijk geval ligt nietigheid waarschijnlijk voor de hand.

* foto van Elizabeth Morgan via www.unsplash.com



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

11 + zeventien =