De Olympische Spelen en staatssteun: het mediacentrum voor Parijs 2024

staatssteun en sport

In een besluit van 31 maart 2021 heeft de Europese Commissie (Commissie) groen licht gegeven voor staatssteun ten behoeve van een expositiehal op het Parijse vliegveld Le Bourget. De hal moet worden afgebroken en herbouwd om er tijdens de Olympische Spelen van Parijs het mediacentrum in onder te kunnen brengen.

De casus

Op het terrein van het Parijse vliegveld Le Bourget bevindt zich een expositiecentrum dat uit vijf hallen bestaat. De grond waar deze hallen op staan is eigendom van Aéroports de Paris (ADP). De hallen zelf zijn eigendom van de onderneming Salon international de l’aéronautique et de l’espace (SIAE). De exploitatie van de hallen is in handen van de onderneming Viparis Le Bourget (Viparis).

Hal 3 van het expositiecentrum moet worden afgebroken en herbouwd, teneinde daar tijdens de in 2024 te houden Olympische Spelen van Parijs (Olympische Spelen) het mediacentrum in onder te kunnen brengen. De kosten van het project bedragen 50 miljoen euro. De Société de livraison des ouvrages olympiques (SOLIDEO), een Franse overheidsinstantie die onder andere moet verzekeren dat alle faciliteiten voor de Olympische Spelen worden gerealiseerd, heeft hiervoor een subsidie van maximaal 17 miljoen euro toegekend aan SIAE. De subsidie dekt 34% van de totale objectieve bouwkosten.

In het kader van de prenotificatie van de steun die Frankrijk voornemens is te verlenen in verband met alle infrastructuur die nodig is voor het houden van de Olympische Spelen, constateerde de Commissie dat SOLIDEO al een deel van de subsidie aan SIAE had uitbetaald ten behoeve van voorbereidende studies. Vervolgens meldde Frankrijk de maatregel alsnog aan.

Oordeel van de Commissie

Staatssteun

De Commissie onderzoekt op drie niveaus of de subsidie van SOLIDEO kwalificeert als een steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 3 VWEU.

1. SIAE (eigenaar)

SIAE verhuurt het expositieterrein aan Viparis en ontvangt in ruil daarvoor huur. Mitsdien is SIAE als onderneming is aan te merken. De subsidie vormt voor SIAE een voordeel, omdat zij het subsidiebedrag onder normale marktomstandigheden niet zou verkrijgen. Dit voordeel wordt door de Franse staat met staatsmiddelen bekostigd. SOLIDEO is immers een Franse overheidsinstelling, waarvan de middelen uit de Franse staatskas komen. Door het voordeel wordt de mededinging beperkt en de handel tussen de lidstaten beïnvloed. De markt voor de organisatie van beurzen, evenementen en evenementenprojecten staat open voor concurrentie en er zijn concurrerende infrastructuren in andere lidstaten. De subsidie vormt dus staatssteun ten gunste van SIAE (randnrs 66-71).

2. Viparis (exploitant)

Viparis ontvangt geen voordeel. Volgens de Commissie zal de nieuwe hal 3 Viparis geen extra inkomsten opleveren De huurprijs die Viparis haar klanten in rekening brengt, kan niet verhoogd worden. Maar zelfs als dat al zou kunnen, zouden de extra inkomsten lager zijn de extra kosten die nieuwe hal 3 voor Viparis meebrengt.

De enige extra inkomsten die Viparis gaat ontvangen houden verband “met de verhuur van het park aan Paris 2024 met het oog op de organisatie van de Olympische Spelen”. Maar die inkomsten kunnen in de visie van de Commissie buiten beschouwing blijven, omdat Viparis “ook van deze netto-inkomsten in verband met de Olympische Spelen [zou] hebben geprofiteerd in een situatie waarin hal 3 niet gemoderniseerd/gereconstrueerd had hoeven te worden” (randnrs. 73-74).

3. ADG (grondeigenaar)

ADG wordt net zo min bevoordeeld. De nieuwe huur die SIAE gaat betalen ligt “volgens de door een externe deskundige verstrekte studies hoe dan ook binnen de bandbreedte van de markthuurwaarden”. De overeenkomst tussen ADG en SIAE eindigt in 2055. Op dat moment wordt ADG eigenaar van hal 3. Hierdoor wordt ADG ook niet bevoordeeld, aangezien de hal dan is afgeschreven (randnr. 78).

Toelaatbaarheid

Gelet op het voorgaande, moet de Commissie nagaan of de steun aan SIAE verenigbaar is met de interne markt. Aangezien er voor deze steun geen richtsnoeren bestaan, dient de beoordeling van de verenigbaarheid van de steun rechtstreeks worden gebaseerd op artikel 107 lid 3 onder c VWEU (randnrs. 83-85).

Onder normale investeringsvoorwaarden zou SIAE hal 3 niet afbreken en herbouwen. Dankzij de steun verbetert echter de netto contante waarde van hal 3 en kan SIAE de tweejaarlijkse internationale luchtvaartshow, haar hoofdactiviteit, tot 2055 blijven organiseren. De steun vergemakkelijkt daarmee deze activiteit en heeft derhalve een stimulerend effect (randnrs 86-90).

Het bedrag van de steun is beperkt tot het minimum dat noodzakelijk is om SIAE ertoe aan te zetten de investering te doen. Het risico dat de kosten van de verbouwing worden overschreden, hetgeen gelet op berekeningen van Arcadis een reële optie is, zal door SIAE worden gedragen. Mitsdien is aan het evenredigheidsvereiste voldaan. Bovendien zal Frankrijk aan haar transparantieverplichtingen voldoen door de belangrijkste documenten te publiceren op www.sports.gouv.fr. Op deze manier worden potentiële concurrenten in staat gesteld hun rechten uit te oefenen (randnrs. 58 en 100).

De steun stelt Frankrijk voornamelijk in staat de Olympische Spelen te organiseren. Aldus draagt de steun bij aan de organisatie van een mondiaal sportevenement. In de Verklaring van Amsterdam betreffende sport wordt de bevordering van sport als maatschappelijk belang erkend. Dit betekent dat de steun een positief effect heeft. Tegelijkertijd heeft de steun ook negatieve effecten. SIAE krijgt immers de beschikking over een modernere hal. Toch zal de concurrentievervalsing beperkt zijn. Er is eigenlijk geen behoefte aan de nieuwe expositieruimte. Op dit moment is hal 3 uitsluitend één maand per twee jaar volledig benut. Het voordeel van de nieuwe hal is dus vooral theoretisch (randnr. 102). Hal 3 vertegenwoordigt slechts 10 % van de expositieruimte van Le Bourget en 1% van expositieruimte in de regio Ile-de-France. Hoewel de tweejaarlijkse luchtvaartshow bij uitstek een internationaal karakter heeft, hebben de meeste andere evenementen die op Le Bourget worden georganiseerd slechts een nationale of subnationale dimensie. Daarom zal de handel tussen de lidstaten door de steun slechts marginaal worden beïnvloed (randnr 103).

Op bovenstaande gronden concludeert de Commissie dat de steunmaatregel met de interne markt verenigbaar is.

Commentaar

Steun voor infrastructuur ten behoeve van de Olympische Spelen

De infrastructuur die nodig is om de Olympische Spelen te kunnen organiseren, kost veel geld. Het is logisch dat de overheid bereid is daarvoor de beurs te trekken. Op dat moment moet er aan staatssteun worden gedacht, hetgeen Frankrijk lijkt te hebben gedaan. In het besluit wordt namelijk melding gemaakt van een prenotificatie-overleg met de Commissie over de steun die Frankrijk van plan is te verlenen. Het in voetnoot 1 vermelde zaaknummer SA.53761 geeft helaas geen hit in het staatssteurregister. De status is dus onbekend.

Staatssteun en infrastructuur

Overeenkomstig de leer die is ingezet met het Leipzig / Halle arrest gaat de Commissie op meerdere niveaus na welke ondernemingen door de steun mogelijk worden bevoordeeld. In dit kader valt vooral de analyse met betrekking tot de exploitant op. Volgens de Commissie leveren de extra inkomsten die Viparis zal genereren met de verhuur tijdens de Olympische Spelen geen voordeel op. Ook zonder de steun zou Viparis deze inkomsten hebben gehad. En dat is op het eerste gezicht merkwaardig. Hal 3 moet immers verbouwd worden om aan de eisen van het IOC te voldoen (randnr. 5). Zonder de verbouwing zou Viparis hal 3 niet kunnen verhuren. In voetnoot 13 wordt vermeld dat als er geen steun zou komen, Viparis op het terrein van SIAE ten behoeve van het mediacentrum een tijdelijke faciliteit zou mogen realiseren. Zonder enige toelichting wordt gesteld dat Viparis met de verhuur van de tijdelijke faciliteit dezelfde netto inkomsten zou kunnen realiseren als met de verhuur van de nieuwe hal 3. Helaas ontbreekt een cijfermatige onderbouwing. Tot slot valt op dat de Commissie in haar beoordeling niet meeneemt dat de andere twee expositiecentra in de regio Ile-de-France eveneens door Viparis worden geëxploiteerd (randnr. 30).

Stimulerend effect van de steun en het voorkomen van overcompensatie

De analyse van de Commissie bestaat kort samengevat uit de navolgende elementen:

(i)Hal 3 wordt alleen ten behoeve van de Olympische Spelen gerenoveerd. Zouden die niet worden georganiseerd, dan zou hal 3 niet worden gerenoveerd (randnrs 33 en 102)
(ii)Hal 3 kan niet zonder overheidssteun worden gerenoveerd (randnrs. 33 en 88)
(iii)Het mediacentrum had echter ook zonder staatsteun kunnen worden gerealiseerd, namelijk door een tijdelijke voorziening te treffen (voetnoot 13)
(iv)De renovatie van hal 3 is strategisch noodzakelijk, namelijk om SIAE tot 2055 in staat te stellen de tweejaarlijkse luchtvaartshow te organiseren  (randnr. 89)
(v)De steun is beperkt tot het minimum dat noodzakelijk is om hal 3 te kunnen renoveren (randnrs. 43 en 97)
(vi)De realisatie van het mediacentrum met behulp van staatssteun vindt plaats “onder de beste voorwaarden, met name budgettaire” (randnr. 84)

Als naar punten (i), (ii) en (v) wordt gekeken, lijkt de Commissie de ‘funding gap’ analyse te hebben toegepast: de opbrengsten van de renoveerde hal 3 zijn onvoldoende om de met de renovatie gemoeide kosten te kunnen dekken. Een private partij zou hal 3 daarom niet renoveren. Het gat tussen de totale kosten en de kosten die een private partij wel voor zijn rekening zou nemen, vormt dan de ‘funding gap’. Indien de steunsteun slechts de ‘funding gap’ dicht, wordt overcompensatie voorkomen. Voor een voorbeeld met betrekking tot sportinfrastructuur zie het besluit van 31 juli 2017 van de Commissie inzake Tampere Arena (randnr. 56).

Uit de punten (v) en (vi) volgt dat er in de visie van de Commissie van overcompensatie geen sprake is, aangezien door de Franse staat feitelijk slechts de ‘funding gap’ wordt gefinancierd. De vraag is alleen of er in het onderhavige geval überhaupt sprake is van een ‘funding gap’. Indien alleen rekening wordt gehouden met de Olympische Spelen, lijkt de ‘funding gap’ te ontbreken. Zonder staatssteun zou ingevolge punt (iii) immers een tijdelijk mediacentrum kunnen worden gebouwd. Dit betekent dat de aan de organisatie van de Olympische spelen toegeschreven voordelen (randnr. 84), ook zonder staatssteun zouden kunnen worden gerealiseerd. Volgens de Commissie heeft de staatssteun echter los van de Olympische Spelen onverkort een stimulerend effect. Door de steun wordt de netto contante waarde van hal 3 namelijk zodanig verbeterd dat SIAE tot 2055 de tweejaarlijkse luchtvaartshow kan blijven organiseren (randnrs. 84 en 88-89). Het zal duidelijk zijn dat dit niets met de Olympische Spelen te maken heeft. Zo bezien kan niet worden uitgesloten dat de Olympische Spelen zijn gebruikt als alibi om SIAE staatssteunproof te herkapitaliseren.

Staatssteun en sport

In de brochure Staatsteun & Sport – wat zijn de spelregels? wordt ingegaan op de actualiteiten (stand 2019) rond staatssteun in de sportsector. Aan de hand van veel Europese praktijkvoorbeelden worden de basisregels uitgelegd.

* foto van Kevin Phillips via Pixabay, het olympisch logo van Parijs is van mijn hand



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

een × een =