De nieuwe Richtlijn pakketreizen: de hoofdpunten

Nieuwe richtlijn pakketreizen

Vanaf 1 juli 2018 moet Richtlijn 2015/2302 (de nieuwe Richtlijn pakketreizen) worden toegepast. In deze blog worden de hoofdpunten van deze richtlijn besproken.

Aanleiding voor Richtlijn 2015/2302

Richtlijn 2015/2302 vervangt Richtlijn 90/314 (de oude Richtlijn pakketreizen). Hervorming was nodig om de reizigersbescherming aan te passen aan het digitale tijdperk. In plaats van te kiezen voor een kant-en-klaar pakket uit een brochure, kunnen reizigers dankzij het internet hun reisarrangementen steeds meer zelf gaan samenstellen. Daardoor kwam toenemend de vraag op of de oude Richtlijn pakketreizen van toepassing was op dergelijke combinaties. Bovendien bleek de reizigersbescherming vanwege zowel de minimumharmonisatie als onduidelijk- en onvolledigheden in de tekst van de richtlijn niet in alle lidstaten hetzelfde te zijn. Dit veroorzaakte onnodige nalevingskosten en belemmeringen voor de handel tussen de lidstaten. Daarnaast waren een aantal bepalingen van de oude Richtlijn pakketreizen inmiddels verouderd.

Toepassingsgebied 

Richtlijn 2015/2302 is van toepassing op (i) pakketreizen die door handelaren aan reizigers te koop worden aangeboden of verkocht mits het reisarrangement 24 uur of meer beslaat, dan wel tenminste één overnachting omvat [art. 2 lid 2 sub a] en op (ii) gekoppelde reisarrangementen die door handelaren voor reizigers worden gefaciliteerd [art. 2 lid 1].

Pakketreis en gekoppeld reisarrangement

Zoweleen pakketreis, als een gekoppeld reisarrangement zijn een combinatie van twee of meer van de navolgende “reisdiensten” die bedoeld zijn voor dezelfde reis of vakantie [art. 3 lid 1]:

a)personenvervoer
b)accommodatie die niet intrinsiek deel uitmaakt van personenvervoer en die niet voor bewoning is bestemd
c)verhuur van auto’s of motorrijwielen
d)andere toeristische diensten zoals excursies, skipassen of wellnessbehandelingen [r.o. 8]

Indien één van hoofdreisdiensten (sub a-c) wordt gecombineerd met een andere toeristische dienst (sub d), is Richtlijn 2015/2302 van toepassing, mits de andere toeristische dienst (i) vóór aanvang van de reis is geboekt en (ii) een aanzienlijke deel van de waarde van de combinatie (> 25%) vertegenwoordigt, dan wel als een essentieel kenmerk van het reisarrangement is te beschouwen [art. 2 lid 2 sub a en r.o. 18].

Bij een “pakketreis” gaat het allereerst om de ‘klassieke pakketreis’ die we kennen uit Richtlijn 90/314, waarbij de reisdiensten onder één contract met één leverancier worden geboekt [art. 3 lid 2 sub a)]. Nieuw is dat van een pakketreis nu ook sprake kan zijn als de reisdiensten worden geboekt bij een of verschillende leveranciers onder afzonderlijke contracten, indien de reisdiensten worden [art. 3 lid 2 sub b]:

(i)gekocht bij één verkooppunt en gekozen voordat de reiziger ermee instemt te betalen
(ii)aangeboden, verkocht of gefactureerd voor een gezamenlijke prijs of een totaalprijs,
(iii)aangeprezen of verkocht onder de term „pakketreis” of een vergelijkbare term
(iv)gecombineerd nadat er een overeenkomst is gesloten waarbij de handelaar de reiziger laat kiezen uit een selectie van verschillende soorten reisdiensten, of
(v)gekocht van verschillende handelaren via ‘click throughs’ binnen 24 uur na de boekingsbevestiging van de eerste handelaar

Nieuw is ook het begrip “gekoppeld reisarrangement”. Hierbij worden voor de afzonderlijke reisdiensten afzonderlijke overeenkomsten gesloten met de verschillende reisdienstverleners, waarbij een handelaar [art. 3 lid 5]:

a)tijdens één bezoek aan of contactmoment met het eigen verkooppunt het apart selecteren en apart betalen van elke reisdienst door de reiziger faciliteert; of
b)op gerichte wijze de aankoop van ten minste één aanvullende reisdienst bij een andere handelaar faciliteert en uiterlijk 24 uur na de bevestiging van de boeking van de eerste reisdienst een overeenkomst met die andere handelaar wordt gesloten.

Reiziger 

Het nieuwe begrip “reiziger” komt in de plaats van het begrip “consument” uit Richtlijn 90/314. De reiziger is een persoon die een pakketreis of een gekoppeld reisarrangement wil kopen of die op grond van een dergelijke overeenkomst het recht heeft te reizen [art. 3 lid 6]. Hierbij gaat het niet alleen om consumenten. Het begrip ziet ook op vertegenwoordigers van kleine ondernemingen of beroepsbeoefenaren die een zaken- of dienstreis boeken [r.o. 7]. Richtlijn 2015/2302 is echter niet van toepassing indien laatstbedoelde reizigers het reisarrangement kopen op basis van een “algemene overeenkomst voor het regelen van zakenreizen” [art. 2 lid 2 sub c].

Handelaar

De contractspartij van de reiziger is de “handelaar”. Het gaat om de partij die met betrekking tot onder Richtlijn 2015/2302 vallende overeenkomsten handelt. Feitelijk is het een verzamelbegrip, want de handelaar kan optreden als “organisator, doorverkoper, handelaar die een gekoppeld reisarrangement faciliteert of reisdienst­ verlener” [art. 3 lid 7]. Het belang van het onderscheid is gelegen in het feit dat de “organisator” verantwoordelijkheid is voor de goede uitvoering van het gecombineerde reisproduct [r.o. 8 en art. 13 lid 1]. In dit kader dient bedacht te worden dat het begrip “organisator” ruimer is dan onder Richtlijn 90/314. Het gaat niet alleen om de handelaar die pakketreizen samenstelt en deze rechtstreeks dan wel via of samen met een andere handelaar verkoopt of te koop aanbiedt, maar ook om de handelaar die de gegevens van de reiziger in het kader van een “click through” aan een andere handelaar overdraagt [art. 3 lid 8].

Bescherming van de reiziger

De richtlijn kent de navolgende beschermingsregimes: 

 Volledige reizigersbeschermingBeperkte reizigersbescherming
(i)Aan de reiziger moet voorafgaand aan de reis bepaalde informatie en documentatie worden verstrekt. [artt. 5 + 7]  
(ii)Wijzigingen van de pakketreisovereenkomst zijn slechts beperkt mogelijk. [artt. 6 + 10-11] 
(iii)de reiziger mag onder voorwaarden de pakketreis overdragen aan een derde. [art. 9] 
(iv)De reiziger heeft het recht de pakketreisovereenkomst voor begin – al dan niet tegen betaling van een beëindigingsvergoeding – te beëindigen. [art. 12 leden 1 en 2] 
(v)De organisator is aansprakelijk voor de uitvoering van de pakketreisovereenkomst. Indien de uitvoering niet overeenkomstig deze overeenkomst plaatsvindt, dient de organisator dit te verhelpen. Bovendien is de organisator verplicht bijstand te bieden aan reizigers in moeilijkheden. [artt. 13-14 en 16] 
(vi)Met betrekking tot pakketreizen dienen organisatoren zeker te stellen dat de reizigers in geval van insolventie alle reeds betaalde bedragen terugbetaald krijgen. [art 17 lid 1]Handelaren die gekoppelde reisarrangementen faciliteren dienen zeker te stellen dat de reizigers in geval van insolventie alle reeds betaalde bedragen terugbetaald krijgen. Deze zekerheid strekt zich ook uit tot repatriëring van reizigers indien de betrokken handelaar verantwoordelijk is voor het personenvervoer  [artt 19 lid 1]

Met betrekking tot pakketreizen geldt altijd de volledige reizigersbescherming. Bij gekoppelde reisarrangementen is in beginsel de beperkte reizigersbescherming van toepassing, mits de handelaar die het betreffende reisarrangement heeft gefaciliteerd zowel de zekerheid tegen insolventie heeft geregeld [art. 19 lid 1], als de reiziger heeft meegedeeld (i) dat er geen aanspraak kan worden gemaakt op volledige reizigersbescherming en (ii) er bescherming geboden wordt tegen insolventie [art. 19 lid 2]. Op het moment dat een of meer van de hiervoor bedoelde verplichtingen niet zijn nagekomen, kan de betrokken reiziger aanspraak maken op volledige reizigersbescherming [art. 19 lid 3].

Maximumharmonisatie

Teneinde in de hele Unie een gelijk niveau aan reizigersbescherming te realiseren, gaat Richtlijn 2015/2302 uit van maximumharmonisatie [art. 4]. Als gevolg hiervan mogen lidstaten in nationale wetgeving geen voorschriften opnemen die reizigers in afwijking van Richtlijn 2015/2302 meer of minder bescherming bieden.  

Commentaar

Richtlijn 2015/2302 laat zich niet makkelijk lezen. Dit geldt met name voor de definities. Daardoor kan het in de praktijk onduidelijk zijn of sprake is van een pakketreis, van een gekoppeld reisarrangement of geen van beiden. Een lastig punt is bijvoorbeeld het element tijd. De kwalificatie van een reisarrangement kan immers afhankelijk zijn van de handeling(en) die een reiziger en/of handelaar binnen een bepaald tijdsbestek verricht [art. 3 lid 2 sub b onder v en art. 3 lid 5 sub b]. Daarnaast spelen de “redelijke verwachtingen” van de reiziger mogelijk ook een rol bij de duiding [r.o. 10]. De uiteindelijke kwalificatie is echter niet onbelangrijk, aangezien het grote consequenties kan hebben voor het niveau van de reizigersbescherming.  

De Europese wetgever heeft de “vertegenwoordigers van kleine ondernemingen of beroepsbeoefenaren” een vergelijkbare reizigersbescherming willen geven als consumenten. Zo bezien is het opvallend dat in Richtlijn 2015/2302 geen onderscheid wordt gemaakt tussen grote en kleine ondernemingen. Vergelijk in dit kader de KMO aanbeveling van de Europese Commissie. In plaats daarvan wordt gewerkt met het begrip “algemene overeenkomst voor het regelen van zakenreizen”. De vraag is of dit een relevant criterium is voor het te maken onderscheid.

* Foto van u_37suikdl via pixabay.com, het pakketreissymbool is van mijn hand en door mij toegevoegd



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

vijf × 5 =