De Algemeenverbindendverklaring van een sectorale bijdrage vormt geen staatssteun

Het besluit waarbij de Staat voorschriften van een brancheorganisatie algemeen verbindend verklaart voor alle ondernemingen die actief zijn in een bepaalde landbouwsector kwalificeert niet als staatssteun. Dat heeft het Hof van Justitie (Hof) bepaald in een arrest van 30 mei 2013.

De casus

Het ‘Comité interprofessionnel de la dinde française’ (CIDEF) is een door de Franse overheid erkende brancheorganisatie in de kalkoensector. Bij een besluit van 18 oktober 2007 voerde het CIDEF een sectorale bijdrage in die werd gevraagd van alle leden van de binnen het CIDEF vertegenwoordigde beroepsgroepen. De bijdrage, die was bedoeld ter financiering van de door het CIDEF vastgestelde gemeenschappelijke acties, werd vastgesteld op 14 EUR per 1.000 kalkoenkuikens. Aansluitend verklaarden de bevoegde ministers zowel het invoeringsbesluit als het vaststellingsbesluit algemeen verbindend voor alle ondernemingen in de kalkoensector.

De algemeenverbindendverklaring (avv) van het vaststellingsbesluit gold slechts voor een periode van één jaar. Toen het CIDF de sectorale bijdrage voor 2009 handhaafde op het niveau van 2008, werd ook dat besluit – stilzwijgend – algemeen verbindend verklaard. Doux Élevage SNC en de landbouwcoöperatie UKL-ARREE, allebei producenten van pluimvee, gingen tegen laatstbedoeld besluit in beroep bij de Franse Raad van State. Zij meenden dat dit besluit onrechtmatige staatssteun vormde. De Raad van State stelde vervolgens een prejudiciële vraag aan het Hof.

Oordeel van het Hof

Kwalificatie als staatssteun

Het Hof merkt allereerst op dat volgens artikel 107 lid 1 VWEU steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar zijn met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt (r.o. 24).

Financiering uit staatsmiddelen

Financiering uit staatsmiddelen vormt een wezenlijk bestanddeel van het begrip “staatssteun”. Zoals reeds was vastgesteld in het Pearl arrest (r.o. 35) dient een maatregel hiertoe “rechtstreeks of zijdelings met staatsmiddelen worden bekostigd en aan de staat kunnen worden toegerekend” (r.o. 27-28).

Het Hof stelt vervolgens vast dat het CIDEF een privaatrechtelijke vereniging is die geen deel uitmaakt van de “overheidsadministratie”. De fondsen die het CIDEF gebruikt om de zelf geïnitieerde gemeenschappelijke acties te financieren worden gevormd door bijdragen die ondernemingen in de kalkoensector zonder tussenkomst van de Franse staat of een andere publieke entiteit rechtstreeks aan het CIDEF betalen. De bijdragen blijven gedurende hun hele parcours privaatrechtelijk van aard. Indien niet wordt betaald, moet het CIDEF de normale gerechtelijke procedure voor burgerlijke zaken of handelszaken volgen om deze te innen, aangezien zij geen “overheidsprerogatieven” heeft (r.o. 32-33).

Onder andere uit het Stardust Marine arrest (r.o. 37) volgt dat ook middelen die niet aan de staat worden overdragen staatsmiddelen kunnen vormen. Dit is het geval als de middelen “constant onder staatscontrole” staan, en “daarmee ter beschikking van de bevoegde nationale autoriteiten staan”. Volgens het Hof staat vast dat de bijdragen die de ondernemingen in de kalkoensector aan het CIDEF moeten betalen niet “constant onder staatscontrole of ter beschikking van de overheidsinstanties” staan. De bevoegdheid om brancheorganisaties te erkennen of om besluiten algemeen verbindend te verklaren voor alle ondernemingen van een sector maakt dat niet anders (r.o. 34-41).

Vermenging

Volgens de Commissie worden acties van brancheorganisaties zoals het CIDEF deels gefinancierd uit publieke middelen. Bij gebreke van een gescheiden boekhouding vormen alle middelen van dergelijke sectorale organisaties “staatsmiddelen” (r.o. 42). Het Hof gaat hier niet in mee. De door de sectorale organisaties gebruikte particuliere middelen worden geen “overheidsmiddelen” op de enkele grond dat zij worden gebruikt samen met middelen die mogelijk uit de overheidsbegroting komen (r.o. 44).

Commentaar

In het onderhavig arrest maakt het Hof duidelijk dat middelen die door alle ondernemingen in een bepaalde landbouwsector opbrengen om daarmee door een brancheorganisatie zelf geïnitieerde gemeenschappelijke acties geen staatssteun vormen, indien de middelen:

(i) constant in private hand, en
(ii) niet constant onder staatscontrole en ter beschikking van de overheidsinstanties staan

De regels op grond waarvan de Franse overheid brancheorganisaties kan erkennen en de besluiten van dergelijke sectorale organisaties algemeen verbindend kan verklaren, brengen niet mee dat de bijdragen die marktpartijen hebben betaald moeten worden geacht onder controle of ter beschikking van de Franse overheid te staan.   Parallel aan de procedure bij de Raad van State, werd ook de Europese Commissie (Commissie) gevraagd zich over de kwestie uit te spreken. Frankrijk meldde uit “rechtszekerheidsoverwegingen” een “kaderprogramma betreffende de acties die de sectorale organisaties kunnen organiseren” aan bij de Commissie (r.o. 19). In een besluit van 10 december 2008 concludeerde de Commissie dat sprake was van toelaatbare staatssteun. Naar aanleiding van onderhavig arrest, heeft de Commissie laatstbedoeld besluit bij besluit van 17 juli 2013 herroepen.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

10 + 6 =