Commissie keurt staatssteun voor bepaalde Nederlandse landbouwsectoren goed

sierteelt tuinbouw aardappelen corona

In een besluit van 8 mei 2020 heeft de Europese Commissie (Commissie) de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 (Regeling) goedgekeurd. Door middel van deze Nederlandse Regeling kunnen bepaalde ondernemingen die actief zijn in de sierteelt-  tuinbouw- en aardappelsector worden gecompenseerd voor de schade die zij als gevolg van het coronavirus hebben geleden of nog zullen lijden.

De Regeling

Begunstigden

De tegemoetkoming is bedoeld voor (i) telers, vermeerderaars, groothandelaren, transporteurs en veilingen die actief zijn in de sierteelt, (ii) telers en groothandelaren in de voedingstuinbouw die overwegend aan de horeca leveren en (iii) telers van consumptieaardappelen. Voor een meer gedetailleerd overzicht zie: Tegemoetkoming sierteelt en onderdelen voedingstuinbouw en Tegemoetkoming fritesaardappeltelers.

Sierteelt en voedingstuinbouw

Op de Regeling kan een beroep worden gedaan door een onderneming die in de periode van 12 maart 2020 tot en met 11 juni 2020:

De tegemoetkoming bedraagt maximaal 70% van de gederfde omzet respectievelijk brutowinst, mits het voor de betrokken onderneming geldende plafond niet wordt overschreden. Het relevante plafond wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde omzet respectievelijk bruto winst die de onderneming de afgelopen drie jaar heeft behaald:

Consumptieaardappelen

De tegemoetkoming bedraagt per gedupeerde teler maximaal 6 cent per kilo die in de periode van 16 maart tot en met 31 augustus 2020 niet kunnen worden afgezet aan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking), met een minimumbedrag van € 1.000,– en een maximum van € 150.000,– per gedupeerde teler.

Verlaging tegemoetkoming

De tegemoetkoming wordt verminderd met elk bedrag:

Beschikbaar budget

Voor de sierteelt en voedingstuinbouw is € 600 miljoen beschikbaar en voor consumptieaardappelen € 50 miljoen. Indien het totale bedrag van de te verlenen tegemoetkomingen hoger is dan het relevante plafond, wordt een procentuele verlaging toegepast op alle tegemoetkomingen in de betreffende categorie.

Het oordeel van de Commissie

Omdat de Regeling staatssteun vormt, gaat de Commissie na of de Regeling verenigbaar is met de interne markt. Daarvoor kijkt de Commissie naar artikel 107 lid 2 sub b VWEU. Op grond van die bepaling zijn steunmaatregelen tot het herstel van de schade veroorzaakt door “natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen” verenigbaar met de interne markt. De Commissie stelt dat de uitbraak van het coronavirus kan worden aangemerkt als een buitengewone gebeurtenis. De uitbraak niet was te voorzien en onderscheid zich duidelijk van gewone gebeurtenissen door haar aard en door de gevolgen ervan voor de getroffen ondernemingen en de economie in het algemeen. De uitbraak valt daarom buiten de normale werking van de markt.

Vervolgens gaat de Commissie na of voldaan is aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 107 lid 2 sub b VWEU. Mede aan de hand van de Richtsnoeren staatssteun in de landbouw 2014-2020 (Richtsnoeren) concludeert de Commissie dat dit het geval is. De Regeling houdt rechtstreeks verband met de maatregelen die de Nederlandse overheid in verband met het coronavirus heeft genomen. Verder voorziet de Regeling is een vergoeding die niet hoger is dan wat nodig is om de schade te herstellen, waarbij een deel van de schade (30%) voor rekening van de getroffen ondernemer blijft. Tot slot kan de steun in het kader van Regeling niet worden gecumuleerd met compensatie die uit andere hoofde voor dezelfde schade wordt verkregen.

Commentaar

Staatssteuntoets

Reeds uit een besluit van 12 maart 2020 blijkt dat compensatie voor schade als gevolg van het coronavirus in de visie van de Commissie op grond van artikel 107 lid 2 sub b VWEU verenigbaar kan zijn met de interne markt. Dit besluit wordt besproken in de blog: Coronavirus vormt een buitengewone gebeurtenis in de zin van de staatssteunregels.

Uit het besluit van de Commissie in de onderhavige zaak kan verder worden opgemaakt dat de regering de Regeling mede heeft vormgegeven aan de hand van de Richtsnoeren. Dat heeft de toets door de Commissie vereenvoudigt en er daarmee voor gezorgd dat er snel een positief besluit kon worden genomen.

Tegemoetkoming in geval van vrijwillige omzetderving?

Begin mei 2020 heeft de Commissie bepaald dat landbouwers en hun organisaties in de sierteelt- en aardappelsector in afwijking van het kartelverbod onder andere op vrijwillige basis afspraken mogen maken over het uit de markt nemen van producten en het plannen van de productie. Meer hierover in de blog: Commissie staat tijdelijke afwijking van kartelverbod voor bepaalde landbouwsectoren toe. Indien dergelijke maatregelen worden genomen, heeft dat mogelijk negatieve gevolgen voor de omzet respectievelijk de brutowinst van de betrokken ondernemingen. De vraag is of voor deze gevolgen ook een beroep op de Regeling kan worden gedaan. Punt is namelijk dat de tegemoetkoming achteraf kan worden verlaagd als de gedupeerde onderneming “zelf verantwoordelijk moet worden gehouden voor de ontstane omzetderving doordat onzorgvuldig of in strijd met toepasselijke wetgeving is gehandeld” (art. 12 sub b). Aan de andere kant, de tegemoetkoming kan eveneens worden verlaagd als de gedupeerde onderneming heeft “nagelaten om maatregelen te treffen om de omzetderving te mitigeren” (art. 12 sub c). Het uit de markt nemen van producten of het plannen van de productie zou wellicht zo’n maatregel kunnen zijn. Tot slot wordt in de Regeling uitdrukkelijk verwezen naar artikel 222 GMO Vo. Het is op basis van dit artikel geweest dat de Commissie de afwijking van het kartelverbod in de sierteelt- en aardappelsector heeft toegestaan. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat artikel 222 GMO Vo wordt genoemd in het kader van Europese steunregelingen. En dat is eigenlijk best opvallend, want het artikel biedt daar geen grondslag voor.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

twaalf − 7 =