CBb: afvalverwerker geen belanghebbende bij GMO-subsidie voor afvalverwerking

In een uitspraak van 28 mei 2014 is het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) tot de conclusie gekomen dat afvalverwerker Milieu Service Zuid geen belanghebbende is bij een besluit voor GMO-subsidie ten behoeve van afvalwerking.

De casus

De Coöperatieve telersvereniging Zuidoost-Nederland U.A. (Veiling ZON) is een erkende producentenorganisatie, ook wel telersvereniging genoemd, in de zin de Gemeenschappelijke Marktordening in de landbouw(GMO). In die hoedanigheid kan Veiling ZON aanspraak maken op GMO-subsidie. Het Productschap Tuinbouw (PT) dat tot 1 januari 2014 deze subsidies toekende, had Veiling ZON bij een besluit van 7 oktober 2011 een GMO-subsidie toegekend van € 9.374.818,94. De subsidie was onder meer bestemd voor de in 2010 gemaakte kosten voor afvalverwerking en recycling. Tegen dit besluit maakte Milieu Service Zuid bezwaar. Het PT verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat Milieu Service Zuid niet als belanghebbende zou zijn aan te merken. Volgens het PT hebben erkende producentenorganisaties als doel de producten te verkopen die de leden telen. De bedrijfsvoering van Milieu Service Zuid is daarentegen gericht op afvalverwerking. Dit betekent dat Milieu Service Zuid niet werkzaam is in hetzelfde marktsegment als Veiling ZON. Bijgevolg is Milieu Service Zuid geen concurrent van Veiling ZON, zodat haar belang niet rechtstreeks bij het subsidiebesluit is betrokken.

Oordeel van het CBb

Om als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te kunnen worden aangemerkt dient de betrokkene een voldoende objectief en actueel, eigen persoonlijk belang te hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Volgens het CBb is niet gebleken dat Milieu Service Zuid door het subsidiebesluit rechtstreeks wordt geraakt. De door het PT toegekende subsidie houdt in dat de kosten van een door Veiling ZON geselecteerde afvalverwerker voor 50% worden vergoed door middel van de GMO-subsidie. De andere 50% moet worden vergoed door de leden van Veiling ZON.

Het door Milieu Service Zuid aangevoerde gevolg van de subsidietoekenning – dat zij in haar concurrentiepositie wordt benadeeld omdat de leden van Veiling ZON voor de door Veiling ZON geselecteerde afvalverwerker zullen kiezen – volgt uit de keuze van Veiling ZON voor een andere afvalverwerker dan Milieu Service Zuid en niet rechtstreeks uit de aan Veiling ZON toegekende subsidie. Verder is volgens het CBb niet gebleken dat de subsidietoekenning directe invloed heeft op het selecteren van de afvalverwerker(s) door Veiling ZON. Dat de leden van Veiling ZON geneigd zouden zijn tot het kiezen van de door Veiling ZON geselecteerde afvalverwerker – waartoe Milieu Service Zuid dus niet behoort – klinkt volgens het CBb niet op voorhand onaannemelijk, maar leidt niet tot de conclusie dat sprake is van een rechtstreeks bij het subsidiebesluit betrokken belang. Het CBb komt daarom tot de conclusie dat het PT het bezwaar van Milieu Service Zuid terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep van Milieu Service Zuid wordt dan ook ongegrond verklaard.

Commentaar

In het licht van de jurisprudentie van zowel het CBb als de Raad van State is de hier besproken uitspraak van het CBB goed te volgen. Concurrenten kunnen als belanghebbende bij een subsidiebesluit worden aangemerkt als zij werkzaam zijn in hetzelfde verzorgingsgebied en marktsegment als de begunstigde van het subsidiebesluit. Veiling ZON en Milieu Service Zuid waren duidelijk niet in het zelfde marktsegment actief.

Zou Veiling ZON de toegekende GMO-subsidie hebben aangewend om zelf actief te worden op het gebied van afvalverwerking, dan was Milieu Service Zuid waarschijnlijk wel belanghebbende geweest bij het subsidiebesluit. Een voorbeeld om dit te illustreren. In het kader van de GMO-regels kwamen producentenorganisaties tot vorig jaar in aanmerking voor GMO-subsidie voor het verwerken van groenten en fruit. Verwerkers van groenten en fruit die niet als producentenorganisatie waren erkend, moesten deze subsidie missen. Enkele van deze verwerkers stelden hier beroep tegen in bij het Gerecht van de Europese Unie. In het Anicav verklaarde het Gerecht dit beroep vorig jaar gegrond. De verwerkers waren dus als belanghebbende aan te merken. Nu ging het in het genoemde arrest, dat besproken wordt in de blog: Geen GMO-subsidie meer voor verwerking van groenten en fruit, om het Europese belanghebbende-begrip. Dit begrip is echter zo mogelijk nog strenger dan het belanghebbende-begrip uit de Awb. De parallel valt dus zeker te trekken.



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

negen − zes =