Afwijzing subsidieaanvraag om strijd met de staatssteunregels te voorkomen

afwijzing subsidieaanvraag staatssteun

De rechtbank ’s-Gravenhage (rechtbank) heeft in een uitspraak 28 september 2011 geoordeeld dat de provincie Zuid-Holland (provincie) terecht de aangevraagde subsidie niet volledig heeft toegekend. Met de provincie is de rechtbank van oordeel dat integrale toewijzing strijdig zou zijn met de staatssteunregels.

De casus

In verband met het project Ouddorp Duin, had Ridderstee Holiday B.V. (Ridderstee) een subsidie aangevraagd van € 4.500.000,–. De aanvraag was gebaseerd op de Tijdelijke verordening stimulering Voordelta (Tijdelijke verordening). De provincie wees de aanvraag bij besluit van 4 februari 2009 voor het overgrote deel af. De staatssteunregels zouden aan integrale toewijzing in de weg staan. Met een beroep op de De minimis Verordening, werd “slechts” een bedrag van  € 200.000,– toegekend. Ridderstee kon zich met dit besluit niet verenigen en maakte bezwaar. In een besluit van 10 maart 2010 werden de bezwaren door de provincie ongegrond verklaard. Hierop ging Ridderstee in beroep bij de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Standpunt Ridderstee

Volgens Ridderstee was de aangevraagde subsidie niet in strijd met de staatssteunregels. De steunmaatregel had immers betrekking op publieke voorzieningen. Naast een hotel zou het project immers een elk-weer-voorziening met een onder andere een theater, overdekte speeltuin, zwembad, fitnessruimte en bioscoop omvatten. Deze voorzieningen zouden voor iedereen toegankelijk zijn. Tevens had de provincie volgens Ridderstee een onjuiste maatstaf gehanteerd: er was geen sprake van staatssteun. Door de subsidie zouden niet een of meer specifieke ondernemingen een voordeel ontvangen. Evenmin zou door het verlenen van de subsidie de handel tussen de lidstaten worden belemmerd. Voor het geval de subsidie wel zou kwalificeren als staatssteun, had Ridderstee ook aangevoerd dat de maatregel aan de Europese Commissie (Commissie) had moeten worden gemeld.

Standpunt provincie

De provincie verdedigde haar besluit met de stelling dat er wel degelijk sprake was van selectief voordeel voor Ridderstee. Teneinde het gehele project te kunnen realiseren, was Ridderstee verplicht tevens de publieke voorzieningen te realiseren. Financiering hiervan zou echter een spill-over effect kunnen hebben op de commerciële activiteiten van Ridderstee. Bovendien was niet gewaarborgd dat de publieke voorziening aan de gehele bevolking ten goede zou komen. Integrale toekenning van de subsidie zou eveneens de handel tussen de lidstaten beïnvloeden. Door het project zou de aantrekkelijkheid van Ouddorp voor Duitse en Belgische toeristen als kustvakantiegebied worden verhoogd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is het met de provincie eens dat de aangevraagde subsidie uitsluitend ten goede zou komen van Ridderstee Holiday. Dat er naast de subsidie ook nog een aanzienlijke bijdrage uit private middelen zou moeten komen om de publieke voorzieningen te kunnen realiseren, maakt dit niet anders. Ook zou de subsidie de handel tussen de lidstaten kunnen beïnvloeden. Integrale toekenning van de subsidieaanvraag zou daarom inderdaad in strijd zijn met de staatssteunregels. Verder acht de rechtbank relevant dat in de Tijdelijke verordening expliciet is bepaald dat geen subsidie wordt verleend indien daarmee de de-minimis-limiet wordt overschreden. Zo bezien had de provincie dus terecht slechts een subsidie van € 200.000,-verleend.

Commentaar

Opvallend aan de uitspraak is het oordeel dat integrale toekenning van de subsidieaanvraag de handel tussen de lidstaten zou belemmeren. Dit is één van de (cumulatieve) criteria voor de kwalificatie van een maatregel als staatssteun. Door de subsidieverlening zou de aantrekkelijkheid van Ouddorp als kustvakantiegebied worden verhoogd ten opzichte van de andere kustgebieden en badplaatsen in België en Duitsland. De stellingen van Ridderstee dat er door de opknapbeurt juist een level playing field ontstaat en dat de voorzieningen enkel ten voordele strekken van toeristen die toch al om andere redenen besloten hebben hun vakantie in de kop van Goeree door te brengen, wordt door de rechtbank niet onderschreven.

In een besluit van 29 oktober 2003 betreffende steun voor Nederlandse jachthavens, kwam de Commissie dat de verleende steun geen interstatelijk effect had. In dit besluit wordt verwezen naar een eerder besluit over de steun voor een openluchtzwembad in de Duitse gemeente Dorsten. In laatstbedoeld besluit concludeerde de Commissie dat de steun het zwembad niet in staat zou stellen buitenlandse toeristen te trekken. Een zelfde redenering volgde de Commissie bij de steun voor de Nederlandse jachthavens. De steun aan de jachthaven zou buitenlandse eigenaren van recreatievaartuigen er evenmin toe brengen te kiezen voor de begunstigde jachthavens. De Commissie baseerde haar oordeel met name op:

(i) de geografische ligging van de jachthavens;
(ii) de relatief geringe omvang van de jachthavens;
(iii) het relatief lage steunbedrag in verhouding tot het totaal aantal in Europa c.q. Nederland in jachthavens aangeboden ligplaatsen.

Het ligt voor de hand om met betrekking tot het project Ouddorp Duin eenzelfde redenering te volgen. Het is vervolgens de vraag of dit project van een dusdanige omvang en invloed is, dat buitenlandse vakantiegangers hierdoor specifiek aangetrokken worden om in de kop van Goeree op vakantie gaan, in plaats van naar kustgebieden in andere lidstaten. De rechtbank overweegt expliciet dat de door Ridderstee te realiseren voorzieningen op zichzelf niet de doorslag zullen geven teneinde een vakantie in Ouddorp door te brengen. Maar dit aspect acht de rechtbank irrelevant. De vraag blijft dus waar het interstatelijk effect zit.

Iets meer dan een jaar geleden, oordeelde de Raad van State dat de steun van gemeente Lingewaard voor een op steenworp afstand van de Duitse grens gelegen plaatselijk zwembad, bij gebreke van een interstatelijk effect, niet kwalificeert als staatssteun. Deze uitspraak wordt beschreven in de blog: Exploitatiesteun voor gemeentelijk zwembad toch geen staatssteun. Mede gelet hierop is het dus maar de vraag of de beschreven uitspraak standhoudt. Ridderstee kan immers nog in beroep bij de Raad van State.

Naschrift

In een uitspraak van 13 februari 2013 heeft de Raad van State de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De uitspraak van de Raad van State wordt besproken in de blog: Raad van State: niet te snel oordelen over staatssteun!

* foto van frank mckenna op www.unsplash.com



Als advocaat ben ik gespecaliseerd in mededingingsrecht, staatsteun, marktordening in de landbouw (GMO) en compliance. Naast mijn werk voor DVAN advocaten ben ik buiten promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen Universiteit en onderzoek ik de ‘De rol van producentenorganisaties in het gemeenschappelijke landbouwbeleid’.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

4 × twee =